?

Log in

No account? Create an account

Previous 10 | Next 10

Nov. 16th, 2017

C.wessel Volzin

De Korea-crisis is geen wargame

De Noord-Koreaanse leider Kim Jong-un en de Amerikaanse president Donald Trump voeren een felle verbale oorlog. Trump dreigt met ‘vuur en woede’ en noemt zijn Noord-Koreaanse collega ‘raketman’ en ‘klein en dik’. Kim Jong-un laat zich ook niet onbetuigd.


Het is verleidelijk om vanuit Nederland hier met schouderophalen naar te kijken als het gescheld van twee onvolwassen mannen. Of met een groot gevoel van machteloosheid: er zitten twee mannen aan de knoppen van een kernoorlog en wij moeten maar afwachten of we - bewust of per ongeluk - een oorlog in stommelen.


Deze blik op het conflict is beperkt. De volkeren die direct de gevolgen van een eventueel conflict dragen blijven buiten beeld. Alsof ze alleen maar de anonieme poppetjes zijn in een wargame van twee spelers. Waarbij ook onze oriëntalistische blik meespeelt om Koreanen, Japanners en Chinezen niet als individuen, maar als amorfe massa te zien. Ze blijven ook buiten beeld als actoren in de politieke dynamiek van een escalerend conflict.


Hoe een eventuele oorlog verlopen zal is onduidelijk. Het kan een korte oorlog zijn – eventueel met kernwapens – maar het kan ook veel langduriger uitpakken.

Niet te onderschatten is wat een acute oorlogsdreiging zal doen met de bevolking van Zuid-Korea en Japan. Er zal angst en onrust zijn over de eigen veiligheid, maar ook over de veiligheid van de Noord-Koreanen met wie veel Zuid-Koreanen zich innig verbonden voelen. Ze zullen zich in de steek gelaten voelen. De agressie die dat gevoel van verlatenheid oproept kan zich zomaar keren tegen het Westen.


Een oorlog zal ook doorwerken in de mondiale verhoudingen. Een oorlog in Korea zal een wereldwijde vertrouwenscrisis in de internationale orde veroorzaken, waarvan niemand kan voorspellen hoe ver die gaat.


Voor journalisten is het belangrijk om uit het ‘Trump-versus-Kim’ frame te stappen en vanuit het perspectief van de verschillende landen en bevolkingen te berichten. Beleidsmakers moeten met kracht alternatieven voor oorlog doordenken en naar voren te brengen.


Kerken en anderen kunnen meer banden ontwikkelen met kerken en civiele organisaties in het crisisgebied. Zodat de mensen daar, als spanningen verder oplopen, weten dat veel mensen in Europa en de VS met hen mee leven.


Wie weet wat onze tekens van verbondenheid  bewerken. Het kan de sfeer van machteloosheid zowel in Europa als in Zuid-Korea helpen doorbreken. De vredeswil van volkeren kan doorslaggevend zijn.



Coen Wessel

Tags: ,

Sep. 19th, 2017

C.wessel Volzin

Breuklijnen


In de Scandinavische landen duurt de kabinetsformatie vaak niet langer dan een week. In Nederland zou dat ook moeten kunnen. De waarde van harde afspraken in het regeerakkoord is tenslotte relatief. Een deel van het Nederlandse beleid wordt niet in Den Haag bepaald, maar in Brussel of Berlijn. Begrotingstekorten of begrotingsoverschotten zien er na een jaar weer anders uit. Internationale ontwikkelingen, rentestanden, olieprijzen en nieuwe technieken kunnen hele andere regeerscenario's wenselijk maken.

Dat de Nederlandse kabinetsformatie zo lang geduurd heeft, ligt voor een deel aan de Haagse politieke cultuur. Maar het weerspiegelt ook de breuken in de samenleving en het wantrouwen dat er bestaat. 

Grofweg zie ik vijf, elkaar vaak overlappende, breuklijnen door onze samenleving lopen. De eerste is die van een liberaal, levensgenietend individualisme versus een christelijk en gemeenschap georiënteerd leven. Een tweede breuklijn is de sociaaleconomische tussen de hogere middenklasse en de rest van de bevolking. Direct hieraan verwant is de opleidingskloof tussen mensen die hoger onderwijs genoten hebben en de anderen. Een vierde breuklijn loopt tussen een kosmopolitisch georiënteerde levensstijl en een lokaal georiënteerd leven. Een vijfde is die tussen gevestigden en allochtone nieuwkomers.

Read more...Collapse )

Jul. 8th, 2017

C.wessel Volzin

Morele thema's in verkiezingstijd

Bij de afgelopen verkiezingen hebben politici morele vraagstukken geagendeerd. De SGP voerde campagne tegen overspel. Rutte beval ons aan om vooral ‘normaal’ te doen. Al eerder voerde Balkenende met succes campagne voor ‘normen en waarden’.

Het probleem van deze verkiezingsonderwerpen is dat de politiek maar marginale invloed heeft op het morele gedrag van de burger. Overspel kan je met redenen onwenselijk vinden, maar een debat in de Tweede Kamer helpt niet. Moraal wordt niet gevormd door de politiek, maar door schrijvers, columnisten, predikanten, imams, buurvrouwen, ordehandhavers en leraren en door de netwerken en instituties waar zij deel van uitmaken. Alleen op zeer specifieke terreinen (abortus, euthanasie, huwelijk) kan de overheid beleid voeren dat de moraal beïnvloedt.

Als politieke partijen pretenderen de morele kwaliteit van de samenleving te kunnen beïnvloeden koersen zij af op een teleurstelling. Balkenende heeft in al zijn kabinetten nooit kunnen zorgen voor het herstel van ‘normen en waarden’. In de open brief die Mark Rutte tijdens de verkiezingscampagne publiceerde somde hij een waslijst van ongewenst moreel gedrag op (vrouwen in korte rokjes uitjouwen, afval op straat dumpen, conducteurs bespugen) zonder dat hij politieke oplossingen aangaf die uitvoerbaar zijn. Op termijn voedt dat het wantrouwen in de politiek.

De reden dat politici moraal tot inzet van de verkiezingen maken is dat kiezers hun verlangen naar meer moraal bij de politiek neerleggen. God en de kerk zijn weggevallen en nu moet de overheid  voor handhaving van de moraal zorgen.  Stemmen winnen met morele thema’s is dan verleidelijk.
Het gevoelde morele tekort betreft overigens meestal het gedrag van anderen, zelden eist men van politici meer morele vorming voor zichzelf. Kiezers en politici lijken elkaar daarbij vooral te vinden in het verlangen om een liberale of een conservatieve moraal op te leggen aan rondhangende en overlast gevende moslimjongeren en aan orthodoxe moslims. De overheid moet beschermen tegen Allah.


De roep om moraal kan positief verstaan worden als een verlangen naar een herstel van voorkomendheid en geweldloosheid in de publieke ruimte en naar respect voor gezagsdragers. Als zoiets je inzet is moet je dat ook heel concreet benoemen en op zoek gaan naar de maatschappelijke coalities van kerken, scholen, moskeeën, gezagsdragers en opiniemakers die zo’n moreel offensief kunnen vormgeven. Misschien is het ook een verlangen naar een stevigere morele weerbaarheid, wellicht ook naar meer christelijk geloof. Een advertentie en een t.v.-spotje in verkiezingstijd is in ieder geval te weinig.

Coen Wessel

May. 23rd, 2017

C.wessel Volzin

Een minderheidskabinet van VVD en CDA

Nederland moet naar het voorbeeld van Scandinavië kijken en een minderheidskabinet van VVD en CDA gaan vormen.

Nu de formatie zo moeizaam verloopt is het tijd om serieus de mogelijkheid van een minderheidskabinet te overwegen. In Nederland is een minderheidskabinet ongewoon. De enige minderheidskabinetten die er waren (Biesheuvel II in 1972-1973, Van Agt III in 1982 en Balkenende III in 2006-2007) deden niet zo heel veel meer dan op de winkel passen totdat er nieuwe verkiezingen waren.  Rutte I was niet een echt minderheidskabinet. Het kon rekenen op een meerderheid in het parlement.

In Noorwegen en Zweden daarentegen zijn minderheidsregeringen eerder regel dan uitzondering. Vaak steunen ze op een ruime minderheid in het parlement, soms op een veel kleinere. Met oppositiepartijen worden op onderwerpen deelakkoorden gesloten. De kabinetten zitten gemiddeld korter dan de Nederlandse. Daar staat tegenover dat de formatie binnen een week voor elkaar is.

Nu zijn er verschillen tussen deze noordelijke landen en Nederland. In Nederland is het de gewoonte dat een regering het vertrouwen geniet van het parlement. In de Scandinavische landen is het voldoende dat een regering niet naar huis gestuurd wordt door het parlement. Maar in Nederland is dat niet meer dan een ongeschreven regel. Er kan best een kabinet worden beëdigd dat voldoende heeft aan de garantie dat het niet naar huis gestuurd wordt.

Op dit moment wordt er vooral gedacht aan een minderheidskabinet van VVD, CDA en D66 (71 zetels). Voor D’66 heeft zo’n minderheidskabinet als nadeel dat het met een aantal weinig progressieve voorstellen akkoord moet gaan. Het vorige kabinet van CDA, VVD en D66 (Balkenende II) resulteerde in een gigantische verkiezingsnederlaag voor D66.

De optie van een minderheidskabinet van CDA en VVD zou daarom ook serieus overwogen kunnen worden. Zo’n kabinet heeft een smalle basis (52 zetels) maar zou het eerste jaar niet zo snel naar huis worden gestuurd. SGP en CU zullen de meeste voorstellen steunen. PvdA, D66, Groen Links en SP hebben allemaal hun redenen om niet zo snel op verkiezingen aan te sturen. De kiezers zullen op dit moment vooral sympathie hebben voor partijen die ‘hun verantwoordelijkheid nemen’.

Een groot voordeel van een minderheidscoalitie van CDA en VVD is dat het op het gebied van het vluchtelingenbeleid helderder beleid kan maken, dan in een coalitie met D66. Het is een kwestie die Nederland al lang verscheurt. In het parlement moeten meerderheden te vinden zijn voor een stringente  bewaking van de Europese buitengrenzen, gecombineerd met reële opvang van vluchtelingen.

Een ander voordeel is dat de positie van het parlement opnieuw versterkt wordt. Nog meer dan onder Rutte II zal het kabinet voortdurend met het parlement in gesprek moeten om meerderheden te vinden. Dat is democratische winst. Ook zal er veel ruimte zijn voor initiatiefwetsvoorstellen. Voor D66 (‘voltooid leven’) en GroenLinks (energie, klimaat) liggen hier kansen.

Zo’n kabinet zit misschien niet langer dan twee jaar. Maar over twee jaar ziet het politieke landschap er heel anders uit. Tegen die tijd heeft de PvdA zich waarschijnlijk herpakt, Roemer is opgestapt en misschien is de PVV tegen die tijd wel verkruimeld.

Coen Wessel


 
Tags: , ,

Mar. 19th, 2017

C.wessel Volzin

Stille Omgang

Dit jaar hebben mijn vrouw en ik meegelopen met de Stille Omgang. We waren het altijd al eens van plan, maar nu viel de Stille Omgang in een vrij weekend. Het verhaal van de Stille Omgang is bekend: op 15 maart 1345 krijgt een zieke een hostie. Hij moet overgeven en doet dat in het vuur. Daar blijkt dat de hostie niet verbrand wordt door het vuur.

Ik heb het altijd een beetje een bizar en onsmakelijk verhaal gevonden. Maar in de trein van mijn woonplaats Hoofddorp naar Amsterdam bedenk ik dat het eigenlijk een Paasverhaal is. De dood (het vuur) krijgt het leven (Christus in de hostie) niet in zijn macht. Het is een parallelverhaal van het verhaal van drie mannen in de oven uit het boek Daniël, dat altijd in de Paasnacht gelezen wordt.

Ik had me de Stille Omgang als een soort grote zwijgende demonstatie voorgesteld. Een lange stoet die plechtig door de Amsterdamse binnenstad loopt. Maar het zit iets anders in elkaar. Men begint met een mis in één van de binnenstadskerken en vervolgens loopt men in groepen de route. De eerste groep start om 23.00 uur en de laatste zo’n beetje om 1.30 uur.

Omdat we de laatste trein willen halen besluiten we met de eerste groep van start te gaan. Dat zou ook de jongerengroep moeten zijn, voor wie er eerst een speciaal programma in de Mozes en Aaronkerk aan het Waterlooplein geweest is.

We schuiven aan bij de mis in de Krijtberg op het Singel. Het blijkt de kerk te zijn waar de mensen uit Groningen en Fryslân worden verwacht. Tot mijn grote verrassing gaat mijn voormalige Heerenveense collega Jan Alferink voor, samen met één van zijn opvolgers Charles Eba’s. Eba’s houdt een korte preek waarin hij smeuïg vertelt over hoe zijn grootmoeder van cassave brood maakte.

Omdat we per se om 23.00 uur willen starten verlaten we de kerk voordat de mis gecelebreerd wordt. Maar als we bij het vertrekpunt op het Spui aankomen is daar bijna niemand. Alleen een groep van ongeveer twintig mensen staat op het punt te vertrekken. We sluiten ons bij hen aan, maar op één of andere manier voelen we ons al na twintig stappen niet thuis bij hen. Als sommige dan ook nog uitgebreid gaan praten met elkaar, besluiten we af te haken van deze groep en te wachten op een volgende. ‘We zijn niet voor gekwebbel gekomen’, zeggen we - Roomser dan de paus.

Maar het duurt lang voordat er weer mensen verschijnen. We maken een praatje met twee keurige heren van de ordedienst en we drinken een kop thee in de aula van de Lutherse kerk. Daar horen we ook dat er dit jaar beduidend minder mensen mee zullen doen. Vorige jaren waren het er nog 7000, dit jaar verwachten ze 5000 mensen.

Een kwartier later staan we opnieuw op het Spui. Nog steeds zien we bijna niemand en al helemaal geen jongeren. Dan vertelt iemand ons dat er net een groep van zo’n dertig mensen vertrokken is.

Met een beetje doorlopen halen we hen in bij het punt in de Kalverstraat waar het wonder ooit heeft plaatsgehad en waar eeuwenlang de Nieuwezijds Kapel – een kerk ter grootte van de Oude Kerk -  gestaan heeft. Na de Reformatie is de kerk overgegaan in Protestantse handen. Al eerder werd de kapel door beeldenstormers vernield en verdween de mirakelkist met daarin de wonderhostie. De Protestanten hebben de Kerk nooit terug willen geven aan de Katholieken en hem in 1908 expres verkocht voor de sloop om de Katholieken dwars te zitten. Wel even iets om bij stil te staan…

Op de plek van de Nieuwezijds Kapel staat nu een gevelsteen en speciaal voor deze avond is er een grote lamp neergezet. Als de groep in beweging komt, lopen we mee.



Het is bijzonder om zo door de stille Kalverstraat te lopen. Mijn ogen worden niet getrokken door de etalages, maar door de gevels daarboven. Je ziet goed hoe oud de Kalverstraat eigenlijk is. Als de Nieuwe Kerk opdoemt in het nachtlicht waan ik me even in een andere tijd. Langzaam word ik zelf meditatiever. Er daalt een prettige rust over me neer. Ik loop hier wel in 2017, maar eigenlijk ook niet. Ook als het op de Nieuwedijk drukker wordt en we hordes toeristen ontmoeten verandert dat weinig aan mijn stemming. De meeste mensen merken ons niet op. We zijn gewoon een groep mensen op stap. Maar voor mij voelt dat niet zo.

Op de Prins Hendrikkade en de Warmoesstraat lopen we in de file van toeristen en bachelorparty-gangers. Dat is ook wel een beetje jammer. Ik had me voorgesteld dat ook de nacht stil zou zijn. Daarvoor zijn er te veel toeristen in Amsterdam gekomen. We zijn ook duidelijk te vroeg op pad gegaan.



Bij de Damstraat houdt een politieagente het verkeer en de toeristen tegen voor ons. ‘Een beetje respect graag’ roept ze.

Als we via de Nes en de Langebrugsteeg weer op de Kalverstraat uitkomen is het er nu helemaal stil. De tocht eindigt voor ons bij de zuil op het Rokin, samengesteld uit overblijfsels van de Nieuwezijds Kapel. Het is dan 12 uur. We hebben er drie kwartier over gedaan. We halen nog makkelijk een eerdere trein en zijn even na één uur thuis.



Ik vond het mooi. Het is bijzonder om zo zwijgend door de stad te lopen. Deze eerste keer werd voor mij nog een beetje beheerst door allerlei vragen als: hoe zit het allemaal in elkaar en halen we de trein. Een volgende keer blijven we gewoon tot het einde van de mis in de kerk en lopen dan door een net iets stillere stad.

De Stille Omgang wordt georganiseerd door het Gezelschap van de Stille Omgang en is een geheel Katholieke aangelegenheid. De organisatie doet weinig moeite om niet-Katholieken er bij te betrekken. De website is duidelijk gericht op mensen die de tocht al vaak gelopen hebben. Het kostte me bijvoorbeeld veel moeite om te ontdekken waar en hoe laat het beginpunt van de tocht was. Toch is het ook voor Protestanten of voor anderen een mooie tocht. Misschien iets voor groepen jongvolwassenen uit de Protestantse kerken? Ik zal eens een balletje opgooien.

Coen Wessel
 

Mar. 17th, 2017

C.wessel Volzin

Broodnodige arrogantie voor de PvdA

De arrogantie van de sociaaldemocratie heeft oude papieren. Ze komt voort uit de bevlogen gedachte dat de sociaaldemocratie de weg naar de toekomst wijst en die toekomst nu al belichaamt. Alle anderen zijn daarom uiteindelijk moreel slecht (VVD, CDA), ouderwets en belachelijk (CDA, Christendom) of te onbeduidend om rekening mee te houden (GroenLinks).

Maar nadat de PvdA zich in de jaren negentig in de fuik van internationalisering, individualisering en liberalisering verstrikte, raakte de toekomst en daarmee de i
nhoud uit zicht en bleef alleen de arrogantie over. De verkiezingscampagne van 2012 was daarbij een dieptepunt. De afkeer van de VVD werd tot grote hoogte opgestookt. Vervolgens werd met een groot dedain voor de eigen kiezers ‘in het landsbelang’ een regering met de VVD gevormd die een bezuinigingsprogramma uitvoerde dat volgens de econoom Coen Teulings onze economie 80 miljard gekost heeft. In het debat rond identiteit en integratie raakte de PvdA zo de weg kwijt dat ze zowel allochtonen als autochtonen van zich vervreemdde.

Het was natuurlijk ook lastig om een goede koers te bepalen. De partij moest reageren op individualisering, internationalisering, een snel veranderende arbeidsmarkt en tegelijkertijd op de reactie die dat oproept: de roep om gemeenschap en identiteit. De nog grotere onmacht van het FNV om op veranderende arbeidsverhoudingen te reageren of zelfs maar om zichzelf te besturen hielp daarbij ook niet.

Er is toekomst voor de PvdA. Maar dan moet er opnieuw een visie voor ons land komen. Het moet dan gaan over de echt grote vragen: waar gaan we naar toe, wie willen we zijn.

In de tijd van de Doorbraak (1945) formuleerde Banning een sociaaldemocratische mensheidsideaal over de samenhang tussen de zedelijke ontwikkeling van een vrij individu en de ontwikkeling van een zedelijke gemeenschap. Hij durfde het om mens en gemeenschap niet aan hun vrijheid over te laten, maar om morele en culturele lijnen uit te zetten. Hij sprak over de verbondenheid van persoonlijke en culturele identiteit.

Precies als Banning hoeft het niet, maar er moet wel een vergelijkbare visie komen. Eentje die aansluit aan bij wat de Europese cultuur wil doen: een mens verheffen en een gemeenschap creëren waarin recht, rechtvaardigheid en culturele ontwikkeling centraal staan. Ook daar zit arrogantie in want er worden grenzen en richting aan een mens gegeven. Maar zo’n broodnodige arrogantie heeft de kracht om opnieuw mensen uit verschillende groepen van de samenleving te verbinden en onze beschaving toekomst te geven.


Coen Wessel


 

Jan. 19th, 2017

C.wessel Volzin

Nieuwe politieke partijen

Niet de zetelwinst van de PVV is het belangrijkste nieuws bij de komende verkiezingen, maar de opkomst van nieuwe partijen. Rond DENK, VNL, Forum voor Democratie en Artikel 1 ontstaan nieuwe democratische bewegingen.

De Nederlandse politieke partijen zijn vanaf de jaren tachtig getransformeerd van ledenpartijen tot partijen die - naar een term van de Franse politicoloog Bernard Manin -  functioneren in een ‘publieksdemocratie’. De communicatie met de samenleving verloopt niet meer via de leden maar via de media. Partijen moeten het hebben van de aantrekkelijkheid van hun lijsttrekker en hun campagnestrategie. Partijelites zijn daardoor machtiger geworden – ze hebben geen last meer van zeurende leden - maar ook geïsoleerder. Het is lastiger geworden aan te voelen wat er in de samenleving leeft. Ze zijn ook  afhankelijker  geworden van hun banden met de media. Het heeft de macht van journalisten vergroot. Journalisten hebben zich ontwikkeld tot  poorten naar de macht en zijn zo ook verknoopt geraakt met de macht.

Onder de grote politieke partijen heerste lange tijd een consensus over de koers van ons land. Nederland koerste op vrijhandel, internationalisering, individualisering, flexibilisering van de arbeid en een humanitair vluchtelingenbeleid. Al in de jaren negentig waren er opstandjes tegen deze koers (WAO-crisis, opkomst bejaardenpartijen, asielprotesten) maar pas met de opkomst van de radicale Islam en later de economische crisis heeft deze onvrede grotere politieke gevolgen gekregen.

Opkomende groepen burgers –geslaagde jongens uit nieuwe bedrijven bij VNL, hoogopgeleide allochtonen bij DENK – ruiken hun kans. Ze kijken niet langer naar de grote politieke partijen, maar doen zelf een gooi naar de macht. Ze worden geholpen door de opkomst van nieuwe media als Facebook, zodat ze niet afhankelijk zijn van kranten en televisiestations.

De PVV had het lef om als één van de eersten buiten de Nederlandse consensus te treden, maar kent een zeer geïsoleerde éénpersoons-elite die alleen via de media naar zijn achterban zendt. De PVV heeft weinig te bieden aan mensen die mee willen doen. Ik verwacht dat de PVV na de komende overwinning leeg gaat lopen naar partijtjes met democratischere structuren, regeringsbereidheid en minder extreme standpunten.

We gaan een tijd van fellere tegenstellingen en openlijker racisme tegemoet. De nieuwe partijen hebben sowieso grovere  omgangsvormen en hun gedachtengoed staat mij tegen. Maar de grotere betrokkenheid van deze burgers bij de politiek is een grote democratische winst.

Coen Wessel

(De analyse van de Werdegang van de politieke partijen is deels ontleend aan het boek van Sjaak Koenis, De Januskop van de democratie, Amsterdam 2016)
Tags: ,

Nov. 11th, 2016

C.wessel Volzin

Illegale immigratie

Het meest opmerkelijke commentaar op de verkiezingen in de VS kwam van de sociaaldemocraat Paul Scheffer. Hij hoopte botweg dat Trump er in zou slagen op democratische wijze het punt te realiseren waarmee hij de verkiezingen won: het stoppen van de illegale immigratie. ‘Als we er binnen de context van de liberale rechtstaat niet in slagen om oplossingen voor illegale migratie te vinden, dan zou dat wel eens tot verdere radicalisering kunnen leiden.’

Zijn boodschap is: hoe ongewenst Trump ook is, we moeten niet in de eerste plaats Trump vrezen, maar wat er komt als Trump niet slaagt. Als de illegale immigratie niet stopt is komt er een nog sterkere roep om autoritaire leiding. Autoritaire leiding in de samenleving betekent een beknotting van vrijheden op elk gebied. Voor vrouwen, niet-blanken en homoseksuelen zal het betekenen dat veel vooruitgang van de afgelopen 50 jaar wordt teruggedraaid.


In Europa heeft de Duitse minister de Maizière een plan gelanceerd om de illegale immigratie vanuit Afrika te stoppen. Immigranten die op de Middellandse Zee worden onderschept zouden naar Noord-Afrika teruggebracht moeten worden. De vluchtelingen onder hen zouden daar asiel kunnen aanvragen voor Europa.  Zijn plan heeft steun nodig,  hoe onuitgewerkt het ook nog is.

De gruwelijkheden die migranten uit Afrika op dit moment moeten doorstaan tarten iedere beschrijving. Onderweg worden mensen beroofd, verkracht en vermoord. Ze worden in gammele bootjes de zee op gestuurd. Bij reddingspogingen vertrappen de vluchtelingen elkaar.

Schepen van de Italiaanse kustwacht, van Europese marines en van vrijwilligersorganisaties proberen zoveel mogelijk vluchtelingen te redden. Dat is nobel, maar ongewild zijn deze reddingsorganisaties onderdeel van het verdienmodel van de mensensmokkelaars. Het plan van de Maizière haalt dit verdienmodel onderuit en redt mensenlevens.

De illegale immigratie zorgt daarnaast ook in Europa voor grote politieke spanningen.  De Brexit-campagne kreeg vleugels toen de Brexiteers zich tegen immigratie keerden. Marine Le Pen maakt in het komende voorjaar een goede kans op het presidentschap van Frankrijk met haar anti-immigratiecampagne. De Oost-Europese landen  dreigen af te haken bij de EU mede door het EU-immigratiebeleid en komen in autoritair vaarwater.

Ook in Europa is een helder en rechtstatelijk plan tegen illegale immigratie nodig. Onderdeel van zo’n plan kan een Green Card systeem zijn waarbij jaarlijks een beperkt aantal verblijfsvergunningen verloot wordt. Een evenwicht tussen een helder illegalenbeleid, een reëel vluchtelingenbeleid en een Green Cardsysteem kan veel maatschappelijke spanningen absorberen.

Oct. 11th, 2016

C.wessel Volzin

'There is more'

Begin september organiseerde het Evangelisch Werkverband in de Protestantse Kerk de conferentie ‘There is more’. Het was een groots opgezette conferentie die het begin moet vormen van een grote opwekkingscampagne.
Hoofdspreker was Randy Clark. Clark heeft aan de bron gestaan van de Toronto-blessing. In 1994 leidde hij een groot aantal diensten bij de Toronto Airport Vineyard church waar mensen begonnen te beven, met hun handen te schudden, te huilen, te lachen, te blaffen en vooral te vallen. Volgens Clark was dat het werk van de heilige Geest. Ze vielen in de Geest.


Het Evangelisch Werkverband wil de laatste tijd meer de nadruk gaan leggen op vernieuwing door de Geest, op genezing en op de bevrijding van demonen. Dat programma is breder dan alleen de beweging rond Randy Clark, maar het is niet toevallig dat juist Clark uitgenodigd is. Ze verwachten veel van zijn inspiratie. Waarschijnlijk speelt een rol dat de voorman van het Evangelisch Werkverband, Hans Maat, zelf een bijzondere ervaring bij Clark heeft gehad.

Op zich heb ik niets tegen de Toronto-blessing. Een beetje controleverlies en overgave op zijn tijd kan zegenrijk zijn. Ik heb er wel bezwaar tegen als dit als de poort naar genezing of naar geestesgaven geframed wordt.  Je kweekt een leger aan teleurgestelde mensen die niet Gods Geest ervaren of die niet genezen. Het is pastoraal onverantwoord.

Mijn grootste bezwaar is de agressieve benadering van mensen. De conferentiedeelnemers werden er toe gedreven om zich over te geven. "Aan het eind van deze preek zullen er een heleboel mensen opstaan die voor 80% genezen zijn" preekte Clark. Een deelneemster aan de conferentie vertelde dat ze er bang van werd. Vooral ook omdat Clark zei dat het schudden en vallen ook mensen zou overkomen die dat niet wilden. Alsof je ‘nee’ hiertegen waardeloos was.
De hele aanpak kweekt agressieve, autoritaire en grensoverschrijdende verhoudingen. Als het Evangelisch Werkverband voorgangers in deze richting stimuleert zullen ze zich als mini-Clarkjes gaan gedragen. Misschien ligt daarin ook wel de aantrekkingskracht voor sommigen.


Niet geloven in de werking van Gods geest is een gebrek aan geloof dat voor protestantse gelovigen uit ‘het midden’, zoals ikzelf, makkelijk op de loer ligt. Maar het Evangelisch Werkverband zou zich af moeten vragen waarom ze de aanwezigheid van Gods geest zo af wil dwingen. Kunnen ze niet geloven zonder deze ervaringen?

Jun. 22nd, 2016

C.wessel Volzin

Naar een multiraciale kerk

De nieuwe scriba van de Protestantse kerk, René de Reuver, wil de contacten met migrantenchristenen aanhalen. In zijn eerste persoptreden bracht hij dat als verrassende prioriteit naar voren. Hij liet het ook zien. Een vertegenwoordiger van migrantenkerken deed mee aan zijn inzegening en er  trad een orkestje op van kinderen met een Indonesische achtergrond uit de wijk Moerwijk (Den Haag), waar hij jarenlang predikant is geweest.

René de Reuver en zijn team presenteren zo de kerk als een verbinder in de nieuwe samenleving. Ze geven een helder signaal dat de kerk niet iets van vroeger is en dus zijn tijd gehad heeft. In het Nederland van de toekomst kan de kerk, die naar zijn aard geen grenzen kent, een belangrijke verbindende rol spelen.

Dat is nodig. In de discussies rond Zwarte Piet en de asielzoekerscentra is een harder en openlijker racisme ontstaan. Tegelijkertijd manifesteren goed opgeleide jongeren met Afrikaanse, Surinaamse, Turkse of Marokkaanse wortels zich nadrukkelijk. Ze eisen hun plaats op en kaarten racisme aan. En slaan daar – zoals dat gaat -  ook in door. Voor de samenleving zou een meer multiraciale kerk een groot goed zijn.

Ook de vergrijzende Nederlandse kerk kan een oppepper gebruiken. Er gloort ergens een perspectief van opbloeiende gemeentes, een krachtigere plaats in de samenleving en een vrolijkere en diepere spiritualiteit.

Makkelijk is de verbinding tussen Nederlandse en allochtone christenen niet. Allochtone christenen vormen veelal eigen gemeenschappen. Daar hebben ze hun handen aan vol. Andere contacten hebben geen prioriteit. In  gemeentes met een Nederlandse oorsprong ondervinden migranten onhandigheid, onwennigheid en alledaags racisme. De autochtone vergadercultuur schrikt af. Ook in Katholieke kerken, waar allochtone christenen veel makkelijker de ‘gewone’ mis bezoeken, blijft het kader Nederlands. Soms blijven contacten met allochtonenkerken beperkt tot de verhuur van een kerkgebouw, waardoor allerlei huur- en beheerconflictjes de contacten beheersen.

Christenen in Nederland kijken steeds meer over de grenzen van hun eigen kerk. Die grenzen vervagen ook. Ik hoop er op dat de Protestantse Kerk onderdeel wordt van een brede beweging van reformatorische, evangelicale en katholieke kerken met poreuze grenzen en veel gezamenlijkheid. Het zou prachtig zijn als christenen met een migratieachtergrond mee doen aan dit proces naar een nieuwe katholiciteit. En zeker moeten ze volop welkom zijn in de Protestantse Kerk. Dat vereist duidelijke stimulansen en toerusting voor predikanten en gemeentes vanuit de kerkleiding. De scriba en zijn team hebben een mooie en belangrijke taak op zich genomen.

Coen Wessel

Commentaar 'In de Waagschaal' 30 juli 2016

Previous 10 | Next 10

C.wessel Volzin

November 2018

S M T W T F S
    123
45678910
11121314151617
18192021222324
252627282930 

Tags

Syndicate

RSS Atom
Powered by LiveJournal.com