coen_wessel

Lazarus

Het verhaal dat Jezus vertelt over Lazarus en de rijke man is wel een beetje een cliché-verhaal. De arme in dit verhaal is alleen maar heel zielig. Lazarus is vooral een hoopje ellende. Een man die bij de poort zit te bedelen. Hij is, als Job, overdekt met zweren. Hij krijgt niks van de rijke man, alleen de honden troosten hem door zijn zweren te likken.

De rijke man is alleen maar de slechterik. Hij is niet alleen rijk, maar ook ijdel: purperen gewaden, fijn linnen, elke dag een uitbundig feest. En over de arme man vertelt Jezus geen kwaad woord. Hij snakt er alleen maar naar de broodkorsten die op de grond vallen te eten. Jezus vertelt alleen een karikaturaal verhaal over een ontzettend slechte rijke man en een wel heel erg zielige man.

In dit verhaal van Jezus is alles grotesk en karikaturaal. De martelingen in de vlammen die de rijke moet ondergaan, de engelen die de arme wegdragen naar Abrahams schoot. Dat is geen ‘waar verhaal’, geen precieze beschrijving van wat er na de dood plaatsvindt. Er wordt iets uitvergroot als op een spotprent. Maar in zijn overdrijving laat dit verhaal zien hoe het gesteld is met de rijke man.

Want dit is niet een verhaal over arm en rijk. Het gaat alleen over rijk. Het gaat niet over Lazarus. De man die in de fabrieken van Bangkok werkt en dolblij zou zijn met een paar tientjes in de maand erbij, zal zich niet herkennen in dit verhaal. En ook de vrouw die bij de Voedselbank loopt en ongelofelijk haar best moet doen om de touwtjes aan elkaar te knopen zal haar schouders ophalen. Ja, ze verdient veel te weinig, maar ze voelt zich niet zo’n zielige sloeber als Lazarus. Het evangelieverhaal gaat niet over hun problemen en de keuzes die ze moeten maken. Het zegt niet: stuur je kinderen naar school, dan krijgen zij het beter. Het zegt niet: zoek je heil niet in de drank of in de misdaad. Of: word lid van de vakbond. Nee, de rijke is de hoofdpersoon, dit is een stuk evangelie voor de rijken. Zij worden aangesproken en op de korrel genomen in dit verhaal.

De rijke man. Hij heeft zijn deur dicht. Hij heeft geen contact met Lazarus. Er is een kloof tussen zijn wereld en de wereld van Lazarus. Zoals er een kloof is tussen het dodenrijk waar de rijke gemarteld wordt en de schoot van Abraham, zo is er een diepe kloof tussen het leven van de rijke man en die van de bedelaar Lazarus op zijn stoep. Maar de rijke kent Lazarus wel. Hij ziet Lazarus wel. Hij kent zelfs zijn naam. Het liefste zou hij vergeten dat er mensen als Lazarus bestaan. Het liefst zou hij zijn deur voor eeuwig op slot houden. In zo’n gated community gaan wonen, zo’n woonwijk met prikkeldraad er om heen en een portier met een slagboom er voor. Dan heeft hij geen last van hem, dan ziet hij hem niet, dan bestaat hij niet. Maar Lazarus bestaat wel en de rijke man weet het.

Een mens had twee zonen, zo begint het verhaal over de verloren zoon. Het is het basismotief van talloze bijbelse verhalen. Jacob en Esau., Kaïn en Abel Twee broers, soms ook twee zusters, en ze hebben altijd mot met elkaar, komt me bekend voor.

Ook in dit verhaal gaat het over twee zonen. Twee zonen van Abraham. Een zoon die terugkeert in de schoot van zijn vader Abraham, Lazarus. En een verloren zoon, die niet meer terugkomt, de rijke man. En net als in het verhaal van de verloren zoon, komt ook hier de verloren zoon tot inzicht. Als hij Lazarus daar zo heerlijk ziet zitten in de schoot van zijn vader, teruggekeerd tot zijn oorsprong, paradijselijk dicht bij papa als een kind op schoot, dan herinnert hij zich dat Abraham ook zijn vader is. En hij roept: Vader, Vader Abraham, heb medelijden met mij. Dan herinnert hij zich dat hij een kind van Abraham is en een kind van God en dat Lazarus zijn broeder is. Maar dat is veel te laat. Voor hemzelf, voor Lazarus en voor God. Bij zijn leven had hij aan Lazarus en aan al die andere armen moeten denken. Die zijn je broeders, daar moet je aan denken. Zo eenvoudig is het.

En dan, dan als hij zichzelf niet meer kan redden, denkt hij ietsje verder, hij denkt aan mensen die rijk zijn zoals hij. Moeten die niet gewaarschuwd worden? En dan heeft de rijke toch nog even een opdracht voor Lazarus, je bent manager of je bent het niet tenslotte. Lazarus, ik heb nog wel een karweitje voor je. Als Lazarus nou dan toch even zijn rijke broers zal waarschuwen, dan zullen ze tot inkeer komen. Maar Abraham zegt: ze weten toch wat ze moeten doen, ze hebben een hele bijbel vol die precies vertelt wat ze moeten doen. Als ze daarnaar niet luisteren dan luisteren ze ook niet naar iemand die opgestaan is uit de dood. Niet naar Lazarus, niet naar Christus zelf.

Na deze preek komt een videoclip van het lied ‘Lazarus’ van David Bowie. David Bowie schreef het lied vlak voor zijn dood en het bijzondere is dat David Bowie in dit lied een stem geeft aan Lazarus. Hij identificeert zich met Lazarus. In het bijbelverhaal is Lazarus vooral een zielig, goed iemand, en het verhaal gaat over de rijke en over zijn harde hart en dat rijken zich moeten bekeren. David Bowie vertelt aan het eind van zijn leven het verhaal van een Lazarus die gestorven is. Je ziet dat hij zo’n ouderwets doodshemd draagt. En hij is weliswaar in de hemel, maar ook daar nog worstelt hij met zijn leven: met alle wonden die hij heeft opgelopen, alle dramatische narigheid die hij doorstaan heeft. Hij vertelt ook dat hij nooit zo’n heilige was. Hij leefde als de rijke man en joeg vervolgens al zijn geld er doorheen. Hij was alleen maar op sex uit. Hij is de arme Lazarus in de hemel, maar hij is ook de rijke die slecht leefde – hij is eigenlijk een soort verloren zoon. 

In de beeldtaal van de videoclip zit iets opvallends. In de videoclip mengt Bowie het verhaal er doorheen van die andere Lazarus uit de bijbel. Dat is de man die in het Evangelie van Johannes door Jezus wordt opgewekt uit de dood. In dat evangelie van Johannes staat beschreven hoe Lazarus uit zijn graf komt strompelen: nog met zijn handen en voeten in linnen gewikkeld, nog geboeid met de banden van de dood. Je ziet die doodsbanden terug in de videoclip in de doek die hij om zijn hoofd heeft. En ergens probeert Bowie om zich te bevrijden van die linnen omhulsels, om bevrijd te worden, maar dat lukt niet helemaal. Dat maakt het lied ook aangrijpend. Het gaat over een man, rijk, arm in ieder geval verloren, die probeert om op te staan. Helemaal begrijp ik het lied en de clip niet, maar er zit iets in van een groot verlangen naar opstanding, vrijheid, hemels leven. Uiteindelijk wil hij als een blauwe vogel vliegen – waarbij die blauwe vogel een teken van een nieuwe dag, van opstanding zou zijn. 

Ik vind het mooi om zo onszelf terug te vinden in het verhaal van Lazarus: wij zijn al die figuren uit het verhaal. Wij zijn de rijke man, en de oproep aan ons, rijke vrouwen en mannen, is duidelijk: zorg voor de arme. Hij is je broeder, zij is je zuster. Zorg dat ze te eten heeft, een dak boven haar hoofd, zorg dat hij kleding heeft om aan te trekken: zoals er staat in het Werk van Barmhartigheid: kleed de naakten. Zoals we dat ook hoorden in dat fragmentje uit Tobith: deel je voedsel, deel je kleding. Maar we zijn ook de bedelende Lazarus, de mens met wonden, zo erg dat zelfs straks in de hemel de littekens nog te zien zullen zijn. Wellicht bent u ook wel de mens die veel verprutst heeft in uw leven – als de verloren zoon. Maar bovenal zijn we de mens die verlangt naar opstanding, naar een leven in de schoot van Abraham, naar een leven als die mythische blauwe vogel, naar een leven met Christus, bij Christus, in Christus, opgewekt door Christus. Amen.

Schriftlezing: Lukas 16:19-31 en Tobit 2:16 en 17 

Comments for this post were locked by the author