coen_wessel

Psalm 90. Oudjaar 2020

De tijd kan je precies meten. Je kan precies meten hoe lang een seconde duurt. Een en twintig. Hoe lang een minuut, een uur, een jaar, honderd jaar. Maar behalve de meetbare tijd is er de tijd die je ervaart. En eigenlijk is dat de tijd waar we mee leven en die er toe doet. Soms lijkt de tijd voorbij te vliegen. Mensen die met pensioen zijn gegaan verzuchten vaak: wat is het snel gegaan: jeugd, werk, de kinderen klein, de kinderen groot. Het lijkt in een zucht voorbij te zijn gegaan. En er zijn dagen dat de tijd gevuld is. Een feestdag, een bruiloft waar je ieder moment van kan terughalen. In gemeten kloktijd net zo lang als iedere andere dag, maar elk uur, misschien wel elke minuut gevuld en memorabel. Het zijn dagen waarin je veel beleeft en waarin veel gebeurt.

Zo mooi dat die dagen een doel op zich geworden zijn. We zetten alles op alles om onze dagen zoveel mogelijk te vullen met waardevolle ervaringen. En daarvoor moet alles steeds sneller: reistijd moet steeds korter, zaken moeten sneller geproduceerd worden, ‘just in time’, steeds snellere computer chips. E-mails, die binnen een seconde naar het andere eind van de wereld flitsen in plaats van brieven. Goedkope vluchten zodat iedereen ook eens naar de Bahama’s kan. Heel ons leven is versneld, zodat we zoveel mogelijk in ons leven kunnen doen, kunnen ervaren, kunnen hebben. Tijd is schaars roepen we, tijd is geld. Ja, zelfs het concept van revolutie, Franse Revolutie, Russische Revolutie, gaat eigenlijk over onze omgang met de tijd: laten we in een keer de hele samenleving op zijn kop gooien, zodat we meteen, in een klap in een mooie nieuwe wereld belanden. Geen langzame ontwikkeling, maar nu! het einddoel.

Dit jaar met Corona lijken we de tijd op een andere manier te willen versnellen. Je zou willen dat het allemaal zo snel mogelijk voorbij is. Niet zoveel mogelijk gebeurtenissen in een korte dag proppen, maar doorspoelen. Dat het in een flits maart of april is, wanneer heel veel mensen zijn ingeënt en de epidemie  toch wat zal luwen. Dit zijn dagen van verveling – je kan niet zo veel – dagen van angst misschien ook wel – en je denkt laat het toch vooral voorbij zijn. Een beetje zoals je was als kind toen je zo snel mogelijk groot wilde worden. Daarom ook de boosheid dat Nederland zo achterloopt met vaccineren. Natuurlijk ook omdat die traagheid ziekte laat ontstaan en banen en mensenlevens kost, maar misschien is die boosheid ook wel: dan duurt het allemaal nog weer langer. Lege weken, verveelde weken en dat zijn in onze ogen: zinloze weken, want niet spannend, niet gevuld.

Vanuit hoe God de tijd ervaart stellen al die boordevol gestapelde levens niet zo heel veel voor. Vanuit zijn besef van tijd zijn onze levenstijd maar een ogenblik. Het is een tijd die zo voorbij is. Duizend jaar, niet meer dan dat uurtje dat je wakker ligt in de nacht. Half bij bewustzijn en daarna weer verder slapend. En in die tijd is een mensenkind, een kind van Adam, uit het stof gekomen en tot stof vergaan. Zo groot is de afstand tussen hoe God de tijd ervaart en ons leven.

Wij weten dat dat leven van ons – gevuld of niet gevuld – kort is. En dat ons leven lang niet altijd makkelijk is, wat we er ook aan proberen te vertimmeren. Mensen zijn ziek, hebben een pijn in hun hart die maar blijft opspelen en niet overgaat. Dat alles roept een gevoel op van zinloosheid. Wat is het leven waard, als het zo kort is en zo vol moeite. Meestal druk je die gedachte weg. Maar op een oudejaarsdag als vandaag – en helemaal omdat je vanwege de lockdown zo weinig kan - komt dat gevoel toch weer in je op. Komt die aan. En wij zijn niet de enige. Onze hele samenleving ervaart - bewust, onbewust - dat gevoel van zinloosheid: zoveel mogelijk doen, zoveel mogelijk ervaren, zo hard mogelijk werken. Je bent bang zijn om iets opwindends te missen, Fear Of Missing Out. De tijd die we hebben maximaal vullen is onze strategie tegen dat gevoel van zinloosheid. Als je je niet verveelt, knaagt dat gevoel van zinloosheid niet aan je. Want stel dat je niet meer in staat zou zijn je leven maximaal te vullen, dan zo wordt er gezegd, heeft je leven geen ‘kwaliteit’ meer. Dan zijn je dagen niet maximaal gevuld met ervaringen en dus – zeg men – zinloos. Als we niet bloeien zijn we dor hout.

De kortheid van ons leven en de moeizaamheid er van, zijn op een of andere manier verknoopt met de schuld van een mens ten opzichte van God: dat we niet meer in het paradijs wonen en ons kunnen voeden met de vruchten van de boom des levens: de schuld van de mens. Dat we niet zo lang leven als Methusalem, de schuld van de mens. Dat ons leven hard werken is en pijnlijk baren: de schuld van de mens. Ons leven is op allerlei manieren ingeperkt: in lengte van dagen, in kwaliteit van leven. God perkt dat in. En zelfs in de kortheid van onze dagen is er de toorn van God. Er komt niet alleen goedheid van God, weliswaar vooral goedheid, maar er is ook – hoewel veel minder en niet doorslaggevend – toorn, woede, vergelding. God is weliswaar liefde, maar hij is niet alleen maar lief.

Ieder mens heeft te maken met de kortheid van het leven en de zinloosheid er van. Als je gelooft, dan ben je zo gelukkig dat er nog een probleem bij komt: je verhouding tot God. Je leven blijft ongeveer even kort en je vragen over de zin van je leven blijven. Maar op het moment dat je God leert kennen, op het moment dat je zoals de psalm zegt je je schuilplaats bij God zoekt, je je woonplaats bij God zoekt, op dat moment krijgt je beperkte leven nog een andere invulling. Dan gaat het er in de eerste plaats om dat je, in dat korte leven van jou, God recht in de ogen kan kijken. Dan staat niet de kortheid van je leven voorop, maar je tekort schieten in je leven. Dan gaat het over je schuld en de omgang met die schuld. Dan gaat het er om een wijs hart te krijgen, zoals de psalm zegt. En dan zijn de vragen van tijd en eeuwigheid niet opgelost, maar je wordt geconcentreerd op het  verkrijgen van een wijs hart en het tellen van je dagen.

12 Leer ons zo onze dagen te tellen                                                                                      dat wijsheid ons hart vervult/dat wij komen tot een hart vol wijsheid.

Ja, de eeuwigheid – die grootste van alle tijdseenheden, die elke maat kleineert en verpulvert – die bestaat, maar het gaat om die korte tijdeenheid om de dagen van je leven. Om daarin tot wijsheid te komen.

De psalm zegt dus niet: wees zo nuttig mogelijk in je leven of vul je leven boordevol ervaringen of koers op een pijnloos bestaan, de psalm zegt: word wijs in je leven. En vul daar de dagen van je leven mee. Zoek de wijsheid van God, zoek zijn mededogen en liefde en laat die bloeien in je leven. 

Bid tot God. Om ontferming. Om liefde van zijn kant. Om vreugde. Om een goed nieuwjaar. Om een einde aan de Corona-epidemie. Om liefde voor de mensen.

Zie wat er komt: geen einde aan de kortheid van je leven, geen einde aan de verveling, maar wel een ontsnapping aan de manische ervaringsmachine en een opening voor een vervulling van ons hart met vrolijkheid, wijsheid en liefde.

De korte tijd van je leven is belangrijk. Het komt aan op de dagen die je hebt. Het vraagt concentratie. Maar de concentratie om tot een wijs hart te komen geeft een ander soort druk, dan de vraag naar: ervaar ik wel genoeg, mis ik niet alles (FOMO). Wijs worden heeft te maken met wat langere halen, het is meer de 10km dan de sprint, het is meer gestaag groeien, dan even knallen. Je wordt niet verpletterd door de druk, maar het vraagt wel focus.

Aan het begin van de psalm ging het over God die de bergen baarde en de aarde voortbracht. Over Gods werk. Aan het einde van de psalm gaat het over ons werk. ‘Het werk van onze handen bevestig dat’. Dat is een gebed om een vruchtbarend leven voor ons. Want een wijs hart brengt goede vruchten voort. Vruchten die goed zijn in Gods ogen en even blijven. Nee, het is er niet voor de eeuwigheid, maar het kan misschien doorgegeven worden als iets goeds aan een volgende generatie. Het werk van onze handen bevestig dat. 

Comments for this post were locked by the author