Toerisme in Amsterdam

Het toerisme in Amsterdam brengt overlast met zich mee. Deels in de categorie klein leed. Een beperkt aantal straten, grachten en pleinen is zo vol dat het vanzelf een voetgangersgebied geworden is. En niet iedere toerist is meteen een volleerd wielrijder. Maar de echte overlast komt niet van het aantal mensen op straat, maar van hun gedrag.

Amsterdam is vanaf de jaren zestig internationaal bekend geworden als een stad van drugs en prostitutie. De openbare (semi-)legale vorm die in Amsterdam is ontwikkeld (prostitutieramen en coffeeshops) hebben hen tot een makkelijk toegankelijke toeristische attractie gemaakt. Hier komen duizenden op af.

Deze vorm van toerisme drukt Amsterdam op de vraag wat voor stad het wil zijn. Wil het een stad zijn van prostitutie, bachelorparties en drugs, dan trekt het een bepaald soort toeristen en een bepaald soort ongewenst gedrag van toeristen. Als je dat niet wil, moet je vergaande maatregelen nemen. Het beste is om de prostitutieramen en de coffeeshops te sluiten. Daarmee los je niet alle problemen rond prostitutie en drugsgebruik op, maar het zijn zo geen toegankelijke attracties meer. 

Bestuurders en bewoners van Amsterdam zullen een omslag moeten maken in hun mentaliteit. Te lichtvaardig en te romantisch werd en wordt er gedacht over de schadelijkheid van drugs en prostitutie en de daarmee verbonden zware criminaliteit. Een romantisch en naïef beeld van ‘vrijheid’ zit veel goed bestuur in de weg.  

Wie kijkt naar de historische binnenstad raakt weliswaar onder de indruk van de koopmanswoningen die, aaneengeregen langs de grachten, burgerlijke vrijheid en onafhankelijkheid uitstralen. Maar het waren altijd de publieke gebouwen (stadhuis, kerken, weeshuizen, kazernes en poorten) die de stad domineerden en in hun greep hadden. 

Vrijheid eist een krachtig bestuur. Het stadsbestuur moet bevoegdheden hebben voor meer grip op de stad. Toeristische verhuur van woonhuizen en een te eenzijdig winkel- en horeca-aanbod kan zo ook beter worden gereguleerd. Ook binnen de bestaande regels is voldoende mogelijk. Het verbijsterende rapport van stadsombudsman Arre Zuurmond over de misstanden op de wallen, laat zien dat er een groot gebrek aan handhaving en aan samenwerking tussen handhavers bestaat. 

Voor een ander soort toerisme en voor een betere stad zal Amsterdam zal zich nog meer als een stad van cultuur, handel en wetenschap moeten profileren. En ook als een stad van godsdienst. Laat het gemeentebestuur ook die kansen grijpen. 

Coen Wessel

Commentaar In de Waagschaal april 2019

Comments for this post were locked by the author