De pastorie in de stad

De sterke stijging van de huizenprijzen in de grote steden verscherpt een al jaren bestaand probleem in het beroepingswerk van predikanten. Steeds meer gemeentes – met name in de grote steden – bieden een predikant geen pastorie aan. Nu de huizenprijzen en de huurprijzen in de vrije sector zo gestegen zijn, is het voor predikanten niet mogelijk om predikant te worden in een grote stad zonder een partner te hebben met minstens een modaal salaris. 

De mogelijkheid om niet in een pastorie te wonen is aanvankelijk op verzoek van een aantal predikanten tot stand gekomen. Zij wilden graag een woning kopen waar ze na hun pensioen in konden blijven wonen. Met het oog daarop is geregeld dat predikanten en gemeente ‘in overleg’ kunnen besluiten dat een predikant niet in een pastorie woont. Maar met een nieuwe predikant vindt dat overleg nooit plaats. Als een gemeente bij het beroepingswerk aangeeft geen pastorie te hebben, dan heb je als sollicitant geen enkele keus. 

De predikant wordt enigszins gecompenseerd als hij of zij geen pastorie krijgt aangeboden. Hij of zij ontvangt  dan € 380 tot € 650 per maand. Dat zijn bedragen die een student voor een kamer betaalt. De regeling die ooit ontworpen was om predikanten een beter pensioen te geven zorgt er nu voor dat een groot aantal predikanten beperkt wordt op de arbeidsmarkt.

Het probleem bestaat al jaren, maar er wordt niet aan een oplossing gewerkt. De kerkbesturen moeten  hier hun verantwoordelijkheid grijpen. De Bond van Nederlandse Predikanten moet er eindelijk eens zijn gewicht achter zetten. Het is een misverstand dat de achteruitgang van de kerk ook tot achteruitgang in de salarissen of de arbeidsvoorwaarden van predikanten moet leiden. Juist in een lastige situatie is een goede – en dus redelijk betaalde – predikant nodig. 

Als er eenmaal geen pastorie is, is het duur om een nieuwe te kopen. Voor sommige gemeentes zal dat geen bezwaar zijn. Andere gemeentes gaan failliet als ze pastorieën moeten kopen. Een oplossing zal voor een deel maatwerk moeten zijn. Maar ook dat maatwerk komt niet tot stand zonder forse druk op de gemeentes. Heel vaak zal het een gemeente extra geld kosten. 

Vroeger was de onuitgesproken regel in het beroepingswerk: wij verwachten dat uw vrouw zich inzet voor de zondagsschool en voorzitter wordt van de vrouwenvereniging. Nu staat er met onzichtbare inkt in de beroepingsadvertenties van stadsgemeentes: wij verwachten dat uw partner minstens modaal verdient.

Coen Wessel

Comments for this post were locked by the author