January 23rd, 2021

C.wessel Volzin

De roeping van Samuel (1 Samuel 3)

*zwaait met papier* Weet u wat dit is? Dit is een papier dat ik in april van de landelijke kerk gekregen heb en dat verklaart dat ik min of meer in dienst van de kerk ben. En daarmee zou ik kunnen aantonen dat ik een cruciaal beroep heb. Daar mag u me toch wel mee feliciteren, hè. Cruciaal beroep.  

Weet u, het kan voorkomen dat ik ’s avonds geroepen word bij iemand die dat heel hard nodig heeft op dat moment en dan ga ik natuurlijk op pad, maar toch, zo’n papier staat me tegen. Omdat wij ons als predikanten dan ook voegen in het koor van mensen die roepen dat ze allemaal zo’n cruciaal beroep hebben en dat er voor hen een uitzondering gemaakt moet worden. Want dat is wat ik het afgelopen jaar gezien heb: beroepsgroepen die knokken voor zichzelf: ‘Wij zijn belangrijk, nee, wij zijn belangrijk’. Of sectoren die voortdurend lobbyen op de ministeries om de horeca niet te sluiten, om toch vooral geen restricties voor reizigers op Schiphol te hebben, om de winkels open te houden. Werkgevers die hun personeel verplichten om op de zaak te verschijnen. Mensen die roepen: maar mijn feestje is belangrijk.

Wat had ik het mooi gevonden als eind augustus – toen het al zonneklaar was dat er bij ongewijzigd beleid een tweede golf zou komen – Horeca Nederland had gezegd: ‘wij gaan nu vrijwillig dicht want dat is beter voor iedereen’. En dat Dick Benschop, de baas van Schiphol, dan gezegd had: ‘wat een goed idee’ dan sluiten wij Schiphol voor bijna alles. Dan had je een verkiezing gehad voor de baas van het jaar, die zijn personeel zo veel mogelijk en zo slim mogelijk thuis had laten werken. Dan was er een wedloop geweest wie zich het meest zou wegcijferen voor het algemene belang. Idealistisch gedacht, naïef? Nou, dat was zeker ook eigenbelang geweest. We hebben nu een jaar van de wedloop van het eigen belang, en van de eigen uitzondering achter de rug. Juist dat heeft ons gebracht in deze situatie: waarbij de horeca ook plat ligt, Schiphol leeg wordt en u een hond moet aanschaffen om ’s avonds over straat te kunnen. Bij die omgekeerde wedloop, een wedloop waarbij jij zelf verantwoordelijkheid had genomen en de ander voor had laten gaan, hadden we er veel beter voor gestaan.

Het verhaal over Samuel begint als alles donker is. Het is nacht, er brandt alleen het hele kleine lichtje van de Godslamp, maar ook dat zal spoedig doven. Het staat symbool voor de donkere tijd die er is. Van God is weinig te zien. De mensen merken niets van hem. Ze zien niets van hem, ze krijgen geen visioenen, ze hebben hem niet voor ogen. Donker is het helemaal voor de priester, voor Eli. Hij is blind. Juist de man van God zou moeten zien in een duistere tijd, maar nog meer dan anderen ziet hij niets. Hij is blind. Geen licht dringt er meer tot hem door.

Dat veel mensen niet geloven in God is niet het grootste probleem van onze tijd. Maar dat mensen zo hard geloven in hun eigen belangrijkheid, in de uitzonderlijkheid van hun sector en dat het goed is voor jezelf te knokken en dat het een goede natuurwet is dat de sterkste wint. Dat is de echte Godsverduistering, dat zijn de vreemde goden, die hun nieuwe aanbidders handenwrijvend verwelkomen.

En toch – en dat is zo geweldig en zo troostend aan het verhaal over Samuel -  ook in een donkere tijd roept God. Ook in een tijd dat er heel veel donker is en dat je misschien denkt: waar is God, roept God nog wel? God roept en hij roept ons op om kwetsbaren te beschermen, om het algemeen belang voorop te laten gaan. Hij roept mensen tot de dingen waar hij altijd al mee bezig was. Hij roept mensen tot vrede, tot gerechtigheid en vooral ook tot liefde. Hij roept mensen op om vol te worden van hem en van zijn liefde.

‘Blijf in mijn liefde’ is het thema van de huidige Gebedsweek voor de Eenheid waarin christenen over de hele wereld samen bidden. Ik heb deze week via een Zoom-sessie twee keer een uur gebeden met mensen uit de Witte Kerk en Crosspoint uit Nieuw Vennep en uit de Meerkerk, de Marktpleinkerk en de Graankorrel hier in Hoofddorp. Het zijn pogingen om – met alle verschillen die er zijn – ons samen te richten op de God die ons roept. Om Gods liefde te zoeken en daar in te blijven. Omhuld te worden door zijn liefde. En in Gods liefde blijven is dan: leven vanuit Gods liefde, geboren worden vanuit Gods liefde, handelen vanuit Gods liefde. Niet meer: ja, ik ben belangrijk, voor mij een uitzondering, maar: laat een ander maar voorgaan. Niet meer mijn sector mag wel, maar: laten wij nu dicht gaan en gaat u voor. En zelfs niet: ik moet op de IC, want ik ben belangrijk of ik ben productief of ik moet nog kunnen genieten van het leven: maar: gaat u voor. Dat is leven vanuit onze roeping, dat is leven vanuit de uitzonderlijke liefde van Christus. Amen.

24 januari 2021 Oecumenische dienst Hoofddorp