?

Log in

No account? Create an account

Previous 10

Mar. 22nd, 2018

C.wessel Volzin

St. Benedictusberg

Dit is de kerk van het klooster St. Benedictusberg in Vaals. Ik was daar met mijn vrouw in de buurt op vakantie en we hadden gehoord dat je in dit klooster zeven keer per dag het getijdengebed bij mocht wonen. En daarom liepen we er op een dinsdagmiddag binnen om het middaggebed mee te maken. 

De meeste moderne gebouwen vind ik uitgesproken lelijk en mensvijandig, maar deze moderne ruimte – de kerk werd in 1968 opgeleverd - heeft een grote schoonheid. Dat komt door het ritme van de ramen en de pilaren. Verder is er bijna niets. Het altaar is niet meer dan een blok steen met een tafelblad. Nergens zijn beelden van Christus of van heiligen. Alleen een aantal banken vullen de ruimte. St. Benedictusberg is een Rooms-katholiek klooster, maar de strakke eenvoud is bijna calvinistisch. De kloosterkerk laat zien hoe zeer de Katholieke kerk in de jaren vijftig en zestig bezig was om zich te vernieuwen en aansluiting te zoeken bij de moderne tijd. 

De klok luidde, de kaarsen werden door een monnik aangestoken en daarna kwamen de overige 12 monniken binnen. Ze groetten het altaar en gingen zitten. De dienst van een dikke tien minuten bestond uit het reciteren van drie psalmen. Alles ging in het Latijn. De sfeer van de dienst was net als de architectuur van de kerk: helder, doorzichtig en absoluut niet warm of gezellig. Maar juist dat zakelijke droeg bij aan een diepe concentratie.

We zijn er twee keer terug geweest. De ene keer was de dienst indringender dan de andere keer. Lag dat aan mezelf? Of lag daar ook aan de broeders? ‘Lukte’ het de broeders de ene keer beter dan de andere keer? De laatste keer dat we er kwamen leek de concentratie van de broeders wat zoek, totdat de abt aan het einde van de dienst alleen het ‘Onze Vader’ begon te reciteren. Hij deed dat met een intensiteit die elk gebedswoord bij me deed binnenkomen. En ik werd overdonderd toen de monniken met zijn allen invielen om de laatste regel mee te bidden: ‘sed libera nos a malo, maar verlos ons van de boze’.


Tags:

Mar. 13th, 2018

C.wessel Volzin

De democratie lijkt op weg naar de uitgang

Al tientallen jaren bevinden de grote volkspartijen zich in een crisis. Het vertrouwen van kiezers in politici daalt. Kiezers switchen makkelijk tussen partijen. De ledentallen van politieke partijen dalen. Partijleven en partijdemocratie verdwijnen. Het politieke landschap versplintert. 

Al even lang krijgen politieke partijen goed bedoeld advies hoe ze zich uit deze crisis kunnen bevrijden. Er zouden referenda moeten komen of een gekozen burgemeester. ‘De PvdA moet economisch meer naar links en cultureel naar rechts’. ‘De partijen moeten meer luisteren naar mensen met MBO-opleiding en naar mensen uit de regio’. 

De adviezen zijn niet onzinnig, maar vergeten het belangrijkste: niet de politieke partijen of ‘het politieke bestel’ zijn in crisis. De samenleving is in crisis, de cultuur is in crisis. De crisis van de politieke partijen of van ‘de politiek’ is daar enkel een symptoom van.

De politieke partijen die het politieke bestel dragen werden gevormd rond het christelijke geloof of rond Verlichtingsidealen als vrijheid (VVD) of gelijkheid en broederschap (SDAP, PvdA). Ze waren hecht (AR, KVP, SDAP) of minder hecht verbonden met maatschappelijke instituties met soortgelijke idealen. Materiële belangen en factoren als regionale vertegenwoordiging speelden altijd een rol, maar ideologie domineerde de partijvorming. 

In onze tijd zijn de meeste politieke partijen nog steeds gevormd rond geloof of Verlichtingsidealen. Maar dat geloof en dat idealisme is in de hele samenleving – en dus bij iedere afzonderlijke kiezer -  minder geworden. Dus struint de kiezer van partij naar partij, maar voelt zich weinig gebonden aan de partij waar zij of hij op gestemd heeft. Wetenschappelijke bureaus kunnen nog zo hard hun best doen om de eigen partij opnieuw uit te vinden, het maakt het gevoel van afstand van de kiezer niet minder.

Hans van Mierlo geloofde indertijd dat het opblazen van het politieke bestel zou leiden tot een vernieuwde democratie. Zijn apocalyptische verwachtingen komen maar gedeeltelijk uit. De oude politieke partijen zakken inderdaad weg, maar hun sterven leidt niet tot een Pasen van een nieuwe democratie. Er komt geen nieuwe democratie en er komen geen nieuwe politieke partijen. En als ze er komen blijkt opnieuw dat waar geloof en Verlichtingsidealen wegvallen, etniciteit het leidende principe wordt (PVV, Forum voor Democratie, DENK). 

Met het verlies van het geloof in God of in de Verlichtingsmens lijkt ook de democratie op weg naar het einde. 

Coen Wessel

commentaar In de Waagschaal april 2018

Mar. 4th, 2018

C.wessel Volzin

Requiem

Het concert dat ik vanmiddag in de Haarlemse Philharmonie bezocht zou zo uit de koker van het Forum van Democratie hebben kunnen komen. Twee stukken uit de tijd dat de wereld nog ‘heel’ was stonden op het programma: het Requiem van Fauré (1893) en een stuk van Vaughan Williams uit 1910, beide stukken uit de late Romantiek. Laat ik kort zijn over deze stukken. Fauré toont de zwakte van de late Romantiek: te zoet, te verzoenend, te bombastisch, te kitscherig. Vaughan Williams laat de kracht zien van dezelfde beweging. Het lied ‘Why fumeth in fight’ van Thomas Tallis uit 1567 herontdekte hij en maakte er een eerlijke, diepdoordachte en doorvoelde meditatie van (Fantasia on a Theme by Thomas Tallis).

Het interessanste was het eerste stuk ‘Liturgies de Lumière’ van Guillaume Connesson (geb. 1970), dat zijn wereldpremière beleefde. Het idioom van dit stuk sluit aan bij de late Romantiek. 

Nu vind ik dat op zich interessant. Proberen aan te sluiten bij de laat-romantici en proberen om na Mahler een andere weg te vinden dan die van de moderne 20e eeuwse muziek, die soms zo doodloopt in chaos of onverstaanbaarheid.  

Maar was dat geslaagd in dit stuk? Het eerste en het derde deel waren weinig zeggende composities op het de toch al ijle teksten van Charles Van Lerberhge met al net zulke ijle titels als ‘Métamorphose’ en ‘Mirage’. In beide gedichten worden vrouwen als een soort feeërieke verschijningen verheerlijkt en op afstand gehouden. Zoiets meende ik ook in de muziek te horen. Het middendeel had een andere stemming en was veel beter geslaagd. Dat was geschreven op het Marialied ‘O splendissima gemma’ van Hildegard van Bingen. Maria wordt hier bezongen als de ‘mater materia’, die er voor zorgt dat Woord (=Christus) zijn deugden op aarde verspreidt. Voor zover ik het me kan herinneren zat er ‘edele eenvoud’ in dit stuk. Het werkte heel aardig.

‘Liturgies de Lumière’ van Guillaume Connession was een antwoord op een eerder stuk van hem, ‘Liturgies de L’ombre’. Dat was op een tekst van Charles Péguy, iemand die een soort proto-fascist was en later ook met het katholicisme flirte. 

Overigens componeerde Fauré ook op teksten van Van Lerberghe. Dus wat dat betreft zat het concert goed in elkaar. 

Maar wat ik van dit alles vind. Ik weet het niet. Ik vond het eigenlijk niet heel veel.

Coen Wessel

Jan. 19th, 2018

C.wessel Volzin

Beeldenstorm

Aan standbeelden van mensen heeft eeuwenlang iets van afgodendienst gekleefd. In de Middeleeuwse publieke ruimte waren daarom vooral beelden van heiligen te zien. Standbeelden van mensen waren niet verboden, maar de kerk stimuleerde het niet.

In de 18e eeuw verschijnen er in Nederland her en der beelden van Romeinse goden. Dat zijn geen heiligen meer, maar ook nog geen reële mensen. 

Pas halverwege de 19e eeuw komen er publieke beelden van reële mensen. Het begint met Jacob Cats in 1829. Al snel volgen Michiel de Ruyter (1841), Willem van Oranje (1845), Rembrandt (1852), Vondel (1867), Thorbecke (1867), Spinoza (1880) en Jan Pietersz. Coen (1887). Het opkomend nationalisme heeft behoefte aan helden uit Nederlands glorietijd. De verlichte burgerij laat geïdealiseerde mensen de plaats van heiligen en (half)goden innemen.

De beeldencultus is na 1900 al weer voorbij. De beeldende kunst wordt abstracter. De burgerlijke mens valt in WOI van zijn sokkel. Generaals  en staatsmannen blijken eerder moordenaars dan helden ontdekt een avant-garde van theologen en kunstenaars. 

De enkele beelden die na 1900 worden opgericht zijn republikeinse goedmakertjes: Johan de Witt (1918) en Oldenbarnevelt (1954) of wanstaltige afbeeldingen van populaire artiesten (Wim Kan 1986, André Hazes 2005). 

Read more...Collapse )

Nov. 16th, 2017

C.wessel Volzin

De Korea-crisis is geen wargame

De Noord-Koreaanse leider Kim Jong-un en de Amerikaanse president Donald Trump voeren een felle verbale oorlog. Trump dreigt met ‘vuur en woede’ en noemt zijn Noord-Koreaanse collega ‘raketman’ en ‘klein en dik’. Kim Jong-un laat zich ook niet onbetuigd.


Het is verleidelijk om vanuit Nederland hier met schouderophalen naar te kijken als het gescheld van twee onvolwassen mannen. Of met een groot gevoel van machteloosheid: er zitten twee mannen aan de knoppen van een kernoorlog en wij moeten maar afwachten of we - bewust of per ongeluk - een oorlog in stommelen.


Deze blik op het conflict is beperkt. De volkeren die direct de gevolgen van een eventueel conflict dragen blijven buiten beeld. Alsof ze alleen maar de anonieme poppetjes zijn in een wargame van twee spelers. Waarbij ook onze oriëntalistische blik meespeelt om Koreanen, Japanners en Chinezen niet als individuen, maar als amorfe massa te zien. Ze blijven ook buiten beeld als actoren in de politieke dynamiek van een escalerend conflict.


Hoe een eventuele oorlog verlopen zal is onduidelijk. Het kan een korte oorlog zijn – eventueel met kernwapens – maar het kan ook veel langduriger uitpakken.

Niet te onderschatten is wat een acute oorlogsdreiging zal doen met de bevolking van Zuid-Korea en Japan. Er zal angst en onrust zijn over de eigen veiligheid, maar ook over de veiligheid van de Noord-Koreanen met wie veel Zuid-Koreanen zich innig verbonden voelen. Ze zullen zich in de steek gelaten voelen. De agressie die dat gevoel van verlatenheid oproept kan zich zomaar keren tegen het Westen.


Een oorlog zal ook doorwerken in de mondiale verhoudingen. Een oorlog in Korea zal een wereldwijde vertrouwenscrisis in de internationale orde veroorzaken, waarvan niemand kan voorspellen hoe ver die gaat.


Voor journalisten is het belangrijk om uit het ‘Trump-versus-Kim’ frame te stappen en vanuit het perspectief van de verschillende landen en bevolkingen te berichten. Beleidsmakers moeten met kracht alternatieven voor oorlog doordenken en naar voren te brengen.


Kerken en anderen kunnen meer banden ontwikkelen met kerken en civiele organisaties in het crisisgebied. Zodat de mensen daar, als spanningen verder oplopen, weten dat veel mensen in Europa en de VS met hen mee leven.


Wie weet wat onze tekens van verbondenheid  bewerken. Het kan de sfeer van machteloosheid zowel in Europa als in Zuid-Korea helpen doorbreken. De vredeswil van volkeren kan doorslaggevend zijn.



Coen Wessel

Tags: ,

Sep. 19th, 2017

C.wessel Volzin

Breuklijnen


In de Scandinavische landen duurt de kabinetsformatie vaak niet langer dan een week. In Nederland zou dat ook moeten kunnen. De waarde van harde afspraken in het regeerakkoord is tenslotte relatief. Een deel van het Nederlandse beleid wordt niet in Den Haag bepaald, maar in Brussel of Berlijn. Begrotingstekorten of begrotingsoverschotten zien er na een jaar weer anders uit. Internationale ontwikkelingen, rentestanden, olieprijzen en nieuwe technieken kunnen hele andere regeerscenario's wenselijk maken.

Dat de Nederlandse kabinetsformatie zo lang geduurd heeft, ligt voor een deel aan de Haagse politieke cultuur. Maar het weerspiegelt ook de breuken in de samenleving en het wantrouwen dat er bestaat. 

Grofweg zie ik vijf, elkaar vaak overlappende, breuklijnen door onze samenleving lopen. De eerste is die van een liberaal, levensgenietend individualisme versus een christelijk en gemeenschap georiënteerd leven. Een tweede breuklijn is de sociaaleconomische tussen de hogere middenklasse en de rest van de bevolking. Direct hieraan verwant is de opleidingskloof tussen mensen die hoger onderwijs genoten hebben en de anderen. Een vierde breuklijn loopt tussen een kosmopolitisch georiënteerde levensstijl en een lokaal georiënteerd leven. Een vijfde is die tussen gevestigden en allochtone nieuwkomers.

Read more...Collapse )

Jul. 8th, 2017

C.wessel Volzin

Morele thema's in verkiezingstijd

Bij de afgelopen verkiezingen hebben politici morele vraagstukken geagendeerd. De SGP voerde campagne tegen overspel. Rutte beval ons aan om vooral ‘normaal’ te doen. Al eerder voerde Balkenende met succes campagne voor ‘normen en waarden’.

Het probleem van deze verkiezingsonderwerpen is dat de politiek maar marginale invloed heeft op het morele gedrag van de burger. Overspel kan je met redenen onwenselijk vinden, maar een debat in de Tweede Kamer helpt niet. Moraal wordt niet gevormd door de politiek, maar door schrijvers, columnisten, predikanten, imams, buurvrouwen, ordehandhavers en leraren en door de netwerken en instituties waar zij deel van uitmaken. Alleen op zeer specifieke terreinen (abortus, euthanasie, huwelijk) kan de overheid beleid voeren dat de moraal beïnvloedt.

Als politieke partijen pretenderen de morele kwaliteit van de samenleving te kunnen beïnvloeden koersen zij af op een teleurstelling. Balkenende heeft in al zijn kabinetten nooit kunnen zorgen voor het herstel van ‘normen en waarden’. In de open brief die Mark Rutte tijdens de verkiezingscampagne publiceerde somde hij een waslijst van ongewenst moreel gedrag op (vrouwen in korte rokjes uitjouwen, afval op straat dumpen, conducteurs bespugen) zonder dat hij politieke oplossingen aangaf die uitvoerbaar zijn. Op termijn voedt dat het wantrouwen in de politiek.

De reden dat politici moraal tot inzet van de verkiezingen maken is dat kiezers hun verlangen naar meer moraal bij de politiek neerleggen. God en de kerk zijn weggevallen en nu moet de overheid  voor handhaving van de moraal zorgen.  Stemmen winnen met morele thema’s is dan verleidelijk.
Het gevoelde morele tekort betreft overigens meestal het gedrag van anderen, zelden eist men van politici meer morele vorming voor zichzelf. Kiezers en politici lijken elkaar daarbij vooral te vinden in het verlangen om een liberale of een conservatieve moraal op te leggen aan rondhangende en overlast gevende moslimjongeren en aan orthodoxe moslims. De overheid moet beschermen tegen Allah.


De roep om moraal kan positief verstaan worden als een verlangen naar een herstel van voorkomendheid en geweldloosheid in de publieke ruimte en naar respect voor gezagsdragers. Als zoiets je inzet is moet je dat ook heel concreet benoemen en op zoek gaan naar de maatschappelijke coalities van kerken, scholen, moskeeën, gezagsdragers en opiniemakers die zo’n moreel offensief kunnen vormgeven. Misschien is het ook een verlangen naar een stevigere morele weerbaarheid, wellicht ook naar meer christelijk geloof. Een advertentie en een t.v.-spotje in verkiezingstijd is in ieder geval te weinig.

Coen Wessel

May. 23rd, 2017

C.wessel Volzin

Een minderheidskabinet van VVD en CDA

Nederland moet naar het voorbeeld van Scandinavië kijken en een minderheidskabinet van VVD en CDA gaan vormen.

Nu de formatie zo moeizaam verloopt is het tijd om serieus de mogelijkheid van een minderheidskabinet te overwegen. In Nederland is een minderheidskabinet ongewoon. De enige minderheidskabinetten die er waren (Biesheuvel II in 1972-1973, Van Agt III in 1982 en Balkenende III in 2006-2007) deden niet zo heel veel meer dan op de winkel passen totdat er nieuwe verkiezingen waren.  Rutte I was niet een echt minderheidskabinet. Het kon rekenen op een meerderheid in het parlement.

In Noorwegen en Zweden daarentegen zijn minderheidsregeringen eerder regel dan uitzondering. Vaak steunen ze op een ruime minderheid in het parlement, soms op een veel kleinere. Met oppositiepartijen worden op onderwerpen deelakkoorden gesloten. De kabinetten zitten gemiddeld korter dan de Nederlandse. Daar staat tegenover dat de formatie binnen een week voor elkaar is.

Nu zijn er verschillen tussen deze noordelijke landen en Nederland. In Nederland is het de gewoonte dat een regering het vertrouwen geniet van het parlement. In de Scandinavische landen is het voldoende dat een regering niet naar huis gestuurd wordt door het parlement. Maar in Nederland is dat niet meer dan een ongeschreven regel. Er kan best een kabinet worden beëdigd dat voldoende heeft aan de garantie dat het niet naar huis gestuurd wordt.

Op dit moment wordt er vooral gedacht aan een minderheidskabinet van VVD, CDA en D66 (71 zetels). Voor D’66 heeft zo’n minderheidskabinet als nadeel dat het met een aantal weinig progressieve voorstellen akkoord moet gaan. Het vorige kabinet van CDA, VVD en D66 (Balkenende II) resulteerde in een gigantische verkiezingsnederlaag voor D66.

De optie van een minderheidskabinet van CDA en VVD zou daarom ook serieus overwogen kunnen worden. Zo’n kabinet heeft een smalle basis (52 zetels) maar zou het eerste jaar niet zo snel naar huis worden gestuurd. SGP en CU zullen de meeste voorstellen steunen. PvdA, D66, Groen Links en SP hebben allemaal hun redenen om niet zo snel op verkiezingen aan te sturen. De kiezers zullen op dit moment vooral sympathie hebben voor partijen die ‘hun verantwoordelijkheid nemen’.

Een groot voordeel van een minderheidscoalitie van CDA en VVD is dat het op het gebied van het vluchtelingenbeleid helderder beleid kan maken, dan in een coalitie met D66. Het is een kwestie die Nederland al lang verscheurt. In het parlement moeten meerderheden te vinden zijn voor een stringente  bewaking van de Europese buitengrenzen, gecombineerd met reële opvang van vluchtelingen.

Een ander voordeel is dat de positie van het parlement opnieuw versterkt wordt. Nog meer dan onder Rutte II zal het kabinet voortdurend met het parlement in gesprek moeten om meerderheden te vinden. Dat is democratische winst. Ook zal er veel ruimte zijn voor initiatiefwetsvoorstellen. Voor D66 (‘voltooid leven’) en GroenLinks (energie, klimaat) liggen hier kansen.

Zo’n kabinet zit misschien niet langer dan twee jaar. Maar over twee jaar ziet het politieke landschap er heel anders uit. Tegen die tijd heeft de PvdA zich waarschijnlijk herpakt, Roemer is opgestapt en misschien is de PVV tegen die tijd wel verkruimeld.

Coen Wessel


 
Tags: , ,

Mar. 19th, 2017

C.wessel Volzin

Stille Omgang

Dit jaar hebben mijn vrouw en ik meegelopen met de Stille Omgang. We waren het altijd al eens van plan, maar nu viel de Stille Omgang in een vrij weekend. Het verhaal van de Stille Omgang is bekend: op 15 maart 1345 krijgt een zieke een hostie. Hij moet overgeven en doet dat in het vuur. Daar blijkt dat de hostie niet verbrand wordt door het vuur.

Ik heb het altijd een beetje een bizar en onsmakelijk verhaal gevonden. Maar in de trein van mijn woonplaats Hoofddorp naar Amsterdam bedenk ik dat het eigenlijk een Paasverhaal is. De dood (het vuur) krijgt het leven (Christus in de hostie) niet in zijn macht. Het is een parallelverhaal van het verhaal van drie mannen in de oven uit het boek Daniël, dat altijd in de Paasnacht gelezen wordt.

Ik had me de Stille Omgang als een soort grote zwijgende demonstatie voorgesteld. Een lange stoet die plechtig door de Amsterdamse binnenstad loopt. Maar het zit iets anders in elkaar. Men begint met een mis in één van de binnenstadskerken en vervolgens loopt men in groepen de route. De eerste groep start om 23.00 uur en de laatste zo’n beetje om 1.30 uur.

Omdat we de laatste trein willen halen besluiten we met de eerste groep van start te gaan. Dat zou ook de jongerengroep moeten zijn, voor wie er eerst een speciaal programma in de Mozes en Aaronkerk aan het Waterlooplein geweest is.

We schuiven aan bij de mis in de Krijtberg op het Singel. Het blijkt de kerk te zijn waar de mensen uit Groningen en Fryslân worden verwacht. Tot mijn grote verrassing gaat mijn voormalige Heerenveense collega Jan Alferink voor, samen met één van zijn opvolgers Charles Eba’s. Eba’s houdt een korte preek waarin hij smeuïg vertelt over hoe zijn grootmoeder van cassave brood maakte.

Omdat we per se om 23.00 uur willen starten verlaten we de kerk voordat de mis gecelebreerd wordt. Maar als we bij het vertrekpunt op het Spui aankomen is daar bijna niemand. Alleen een groep van ongeveer twintig mensen staat op het punt te vertrekken. We sluiten ons bij hen aan, maar op één of andere manier voelen we ons al na twintig stappen niet thuis bij hen. Als sommige dan ook nog uitgebreid gaan praten met elkaar, besluiten we af te haken van deze groep en te wachten op een volgende. ‘We zijn niet voor gekwebbel gekomen’, zeggen we - Roomser dan de paus.

Maar het duurt lang voordat er weer mensen verschijnen. We maken een praatje met twee keurige heren van de ordedienst en we drinken een kop thee in de aula van de Lutherse kerk. Daar horen we ook dat er dit jaar beduidend minder mensen mee zullen doen. Vorige jaren waren het er nog 7000, dit jaar verwachten ze 5000 mensen.

Een kwartier later staan we opnieuw op het Spui. Nog steeds zien we bijna niemand en al helemaal geen jongeren. Dan vertelt iemand ons dat er net een groep van zo’n dertig mensen vertrokken is.

Met een beetje doorlopen halen we hen in bij het punt in de Kalverstraat waar het wonder ooit heeft plaatsgehad en waar eeuwenlang de Nieuwezijds Kapel – een kerk ter grootte van de Oude Kerk -  gestaan heeft. Na de Reformatie is de kerk overgegaan in Protestantse handen. Al eerder werd de kapel door beeldenstormers vernield en verdween de mirakelkist met daarin de wonderhostie. De Protestanten hebben de Kerk nooit terug willen geven aan de Katholieken en hem in 1908 expres verkocht voor de sloop om de Katholieken dwars te zitten. Wel even iets om bij stil te staan…

Op de plek van de Nieuwezijds Kapel staat nu een gevelsteen en speciaal voor deze avond is er een grote lamp neergezet. Als de groep in beweging komt, lopen we mee.



Het is bijzonder om zo door de stille Kalverstraat te lopen. Mijn ogen worden niet getrokken door de etalages, maar door de gevels daarboven. Je ziet goed hoe oud de Kalverstraat eigenlijk is. Als de Nieuwe Kerk opdoemt in het nachtlicht waan ik me even in een andere tijd. Langzaam word ik zelf meditatiever. Er daalt een prettige rust over me neer. Ik loop hier wel in 2017, maar eigenlijk ook niet. Ook als het op de Nieuwedijk drukker wordt en we hordes toeristen ontmoeten verandert dat weinig aan mijn stemming. De meeste mensen merken ons niet op. We zijn gewoon een groep mensen op stap. Maar voor mij voelt dat niet zo.

Op de Prins Hendrikkade en de Warmoesstraat lopen we in de file van toeristen en bachelorparty-gangers. Dat is ook wel een beetje jammer. Ik had me voorgesteld dat ook de nacht stil zou zijn. Daarvoor zijn er te veel toeristen in Amsterdam gekomen. We zijn ook duidelijk te vroeg op pad gegaan.



Bij de Damstraat houdt een politieagente het verkeer en de toeristen tegen voor ons. ‘Een beetje respect graag’ roept ze.

Als we via de Nes en de Langebrugsteeg weer op de Kalverstraat uitkomen is het er nu helemaal stil. De tocht eindigt voor ons bij de zuil op het Rokin, samengesteld uit overblijfsels van de Nieuwezijds Kapel. Het is dan 12 uur. We hebben er drie kwartier over gedaan. We halen nog makkelijk een eerdere trein en zijn even na één uur thuis.



Ik vond het mooi. Het is bijzonder om zo zwijgend door de stad te lopen. Deze eerste keer werd voor mij nog een beetje beheerst door allerlei vragen als: hoe zit het allemaal in elkaar en halen we de trein. Een volgende keer blijven we gewoon tot het einde van de mis in de kerk en lopen dan door een net iets stillere stad.

De Stille Omgang wordt georganiseerd door het Gezelschap van de Stille Omgang en is een geheel Katholieke aangelegenheid. De organisatie doet weinig moeite om niet-Katholieken er bij te betrekken. De website is duidelijk gericht op mensen die de tocht al vaak gelopen hebben. Het kostte me bijvoorbeeld veel moeite om te ontdekken waar en hoe laat het beginpunt van de tocht was. Toch is het ook voor Protestanten of voor anderen een mooie tocht. Misschien iets voor groepen jongvolwassenen uit de Protestantse kerken? Ik zal eens een balletje opgooien.

Coen Wessel
 

Mar. 17th, 2017

C.wessel Volzin

Broodnodige arrogantie voor de PvdA

De arrogantie van de sociaaldemocratie heeft oude papieren. Ze komt voort uit de bevlogen gedachte dat de sociaaldemocratie de weg naar de toekomst wijst en die toekomst nu al belichaamt. Alle anderen zijn daarom uiteindelijk moreel slecht (VVD, CDA), ouderwets en belachelijk (CDA, Christendom) of te onbeduidend om rekening mee te houden (GroenLinks).

Maar nadat de PvdA zich in de jaren negentig in de fuik van internationalisering, individualisering en liberalisering verstrikte, raakte de toekomst en daarmee de i
nhoud uit zicht en bleef alleen de arrogantie over. De verkiezingscampagne van 2012 was daarbij een dieptepunt. De afkeer van de VVD werd tot grote hoogte opgestookt. Vervolgens werd met een groot dedain voor de eigen kiezers ‘in het landsbelang’ een regering met de VVD gevormd die een bezuinigingsprogramma uitvoerde dat volgens de econoom Coen Teulings onze economie 80 miljard gekost heeft. In het debat rond identiteit en integratie raakte de PvdA zo de weg kwijt dat ze zowel allochtonen als autochtonen van zich vervreemdde.

Het was natuurlijk ook lastig om een goede koers te bepalen. De partij moest reageren op individualisering, internationalisering, een snel veranderende arbeidsmarkt en tegelijkertijd op de reactie die dat oproept: de roep om gemeenschap en identiteit. De nog grotere onmacht van het FNV om op veranderende arbeidsverhoudingen te reageren of zelfs maar om zichzelf te besturen hielp daarbij ook niet.

Er is toekomst voor de PvdA. Maar dan moet er opnieuw een visie voor ons land komen. Het moet dan gaan over de echt grote vragen: waar gaan we naar toe, wie willen we zijn.

In de tijd van de Doorbraak (1945) formuleerde Banning een sociaaldemocratische mensheidsideaal over de samenhang tussen de zedelijke ontwikkeling van een vrij individu en de ontwikkeling van een zedelijke gemeenschap. Hij durfde het om mens en gemeenschap niet aan hun vrijheid over te laten, maar om morele en culturele lijnen uit te zetten. Hij sprak over de verbondenheid van persoonlijke en culturele identiteit.

Precies als Banning hoeft het niet, maar er moet wel een vergelijkbare visie komen. Eentje die aansluit aan bij wat de Europese cultuur wil doen: een mens verheffen en een gemeenschap creëren waarin recht, rechtvaardigheid en culturele ontwikkeling centraal staan. Ook daar zit arrogantie in want er worden grenzen en richting aan een mens gegeven. Maar zo’n broodnodige arrogantie heeft de kracht om opnieuw mensen uit verschillende groepen van de samenleving te verbinden en onze beschaving toekomst te geven.


Coen Wessel


 

Previous 10

C.wessel Volzin

March 2018

S M T W T F S
    123
45678910
11121314151617
18192021222324
25262728293031

Tags

Syndicate

RSS Atom
Powered by LiveJournal.com