?

Log in

No account? Create an account

Previous 10

Oct. 17th, 2018

C.wessel Volzin

De Friese identiteit

Wat Fries-zijn inhoudt is onduidelijk, maar ook reëel. Het zit hem in de taal. In de schilderkunst van Willem van Althuis, die van het ijle landschap een spirituele ervaring maakt. In het dorpsleven met zijn korfbalverenigingen, muziekkorpsen, kerken, familiezin en gemeenschapszin. 

Onderdeel is ook een anti-Randstadsentiment. De Friese beweging houdt zijn jaarlijkse toogdag bij Warns, waar ooit een Hollands leger werd verslagen. ‘Leaver dea as slaef’ staat er nogal over the top op het monument ter plekke. Alsof de Hollander een vijand en onderdrukker is. Helemaal uit de lucht gegrepen is dat niet. Bij besluiten die een perifeer deel van Nederland raken (aardgaswinning, regulering landbouw, aanleg van infrastructuur) wint de Randstad. Tegelijkertijd wordt die achterstelling volop gekoesterd in Fryslân. 

De Friese beweging zag – net als de Duitse en Vlaamse beweging - de taal als kern van de Friese identiteit. Met succes is voor de gelijkberechtiging van het Fries gestreden. Maar de gesproken Friese taal is in snel tempo aan het vernederlandsen. Dat roept de vraag op: wat is dan wel de Friese identiteit?

De ‘Blokkeerfriezen’ – de mensen die een bus met anti-Zwarte Piet-demonstranten klem reden -  beroepen zich op hun Friese identiteit. Deels hebben ze een punt. Een zwart geschminkte Zwarte Piet roept in Dokkumerzijl andere associaties op dan in Amsterdam-Oost. De traditionele Zwarte Piet handhaven hoort bij het ‘zo doen we dat hier’ waarmee een dorpssamenleving leeft. Maar ook hier zal Zwarte Piet op den duur (moeten) veranderen. Ook Fryslân hoort bij een multi-etnische samenleving waar een zwart geschminkte man negatieve associaties bevestigt. 

Het gevaar is dat de blokkade en de daaropvolgende rechtszaak, met alle emoties van dien, de Friese identiteit gaat herdefiniëren. Alles komt in het frame: wij tegen de Randstad. Een positieve identiteit ontbreekt en oog voor andere tegenstellingen en verlangens verdwijnt.  

De afgelopen jaren is vanuit de (zwakke) Friese beweging geprobeerd om aan de Friese identiteit een bredere invulling te geven dan taal alleen. Cultuur zou daarbij de hoofdrol moeten spelen. Tot nu toe was dat niet heel succesvol – niet iedere Fries loopt zomaar warm voor culturele zaken. 

Veelbelovender en laagdrempeliger waren de activiteiten die in het kader van ‘Leeuwarden Culturele Hoofdstad’ in tientallen Friese dorpen georganiseerd werden. Het waren kleinschalige producties rond landschap, Friese geschiedenis en kerk. Hele dorpsbevolkingen speelden daar in mee. Hier broeit iets van een positieve identiteit die uniek is en voorbeeldig.

Sep. 21st, 2018

C.wessel Volzin

De ziel van de Brexit

Ironisch en tragisch aan de Brexit is dat al die mensen die een onafhankelijker Verenigd Koninkrijk wensten er straks achter zullen komen dat het Verenigd Koninkrijk veel afhankelijker is geworden. Op allerlei gebieden zal het Verenigd Koninkrijk straks rekening moeten houden met Brussel, de VS en misschien zelfs met China of de Russische maffia. 

Nederland is vertrouwd met een positie van afhankelijkheid. Wij hadden altijd machtige buren en het besef afhankelijk van hen te zijn en baat te hebben bij samenwerking zit diep in de nationale ziel gegrift. De ziel van het Verenigd Koninkrijk ziet er heel anders uit. Groot Brittannië is 200 jaar een supermacht geweest. Dat heeft het land het idee gegeven los van anderen zijn eigen koers te kunnen bepalen. Dit zelfbeeld heeft het Verenigd Koninkrijk de kracht gegeven om tussen 1940 en 1941 in zijn eentje Hitler te weerstaan. Maar  na het verlies van de status van grote mogendheid heeft het Verenigd Koninkrijk onvoldoende afscheid genomen van haar solipsistische zelfbeeld. Ook Tony Blairs poging om het Verenigd Koninkrijk een nieuwe identiteit te geven – Brittannië als een hippe en vooruitstrevende place to be: Cool Britain – was niet meer dan de culturele variatie op het imperiale thema van het Verenigd Koninkrijk als de navel van de wereld.

Wat niet mee heeft gewerkt bij het Brexit-referendum is dat juist het idee van ‘standing alone’ steeds dieper ons individuele zelfbeeld bepaalt. Een mens gaat alleen door het leven, moet voor zichzelf opkomen, staat alleen in zijn intieme relaties en is op school en op de arbeidsmarkt zijn eigen kleine, op zichzelf aangewezen ondernemer. Zoals mensen naar zich zelf hebben leren kijken, zo kijken ze naar hun land: ‘wij moeten het zelf doen’. 

Maar het ligt niet alleen aan de Britten. Internationale samenwerking heeft de belofte van vooruitgang verloren. De Europese Unie brengt wel een vrij verkeer van kapitaal en arbeidskrachten, maar beschermt onvoldoende de lonen en de rechtspositie van werknemers. Het is voor veel mensen te onduidelijk wat ze voor goeds van de Europese Unie mogen verwachten. Laat staan van nog grotere internationale samenwerking. Het lijkt alsof elk land alleen maar voor zichzelf moet knokken. Tegelijk is het zonneklaar dat Europa om vrij en welvarend te zijn moet samenwerken. Willen we een liberaal Europa handhaven, dat niet in nationalisme ten onder gaat, dan moeten we een veel socialer Europa bouwen.

Coen Wessel

Tags: ,
C.wessel Volzin

De pastorie in de stad

De sterke stijging van de huizenprijzen in de grote steden verscherpt een al jaren bestaand probleem in het beroepingswerk van predikanten. Steeds meer gemeentes – met name in de grote steden – bieden een predikant geen pastorie aan. Nu de huizenprijzen en de huurprijzen in de vrije sector zo gestegen zijn, is het voor predikanten niet mogelijk om predikant te worden in een grote stad zonder een partner te hebben met minstens een modaal salaris. 

De mogelijkheid om niet in een pastorie te wonen is aanvankelijk op verzoek van een aantal predikanten tot stand gekomen. Zij wilden graag een woning kopen waar ze na hun pensioen in konden blijven wonen. Met het oog daarop is geregeld dat predikanten en gemeente ‘in overleg’ kunnen besluiten dat een predikant niet in een pastorie woont. Maar met een nieuwe predikant vindt dat overleg nooit plaats. Als een gemeente bij het beroepingswerk aangeeft geen pastorie te hebben, dan heb je als sollicitant geen enkele keus. 

De predikant wordt enigszins gecompenseerd als hij of zij geen pastorie krijgt aangeboden. Hij of zij ontvangt  dan € 380 tot € 650 per maand. Dat zijn bedragen die een student voor een kamer betaalt. De regeling die ooit ontworpen was om predikanten een beter pensioen te geven zorgt er nu voor dat een groot aantal predikanten beperkt wordt op de arbeidsmarkt.

Het probleem bestaat al jaren, maar er wordt niet aan een oplossing gewerkt. De kerkbesturen moeten  hier hun verantwoordelijkheid grijpen. De Bond van Nederlandse Predikanten moet er eindelijk eens zijn gewicht achter zetten. Het is een misverstand dat de achteruitgang van de kerk ook tot achteruitgang in de salarissen of de arbeidsvoorwaarden van predikanten moet leiden. Juist in een lastige situatie is een goede – en dus redelijk betaalde – predikant nodig. 

Als er eenmaal geen pastorie is, is het duur om een nieuwe te kopen. Voor sommige gemeentes zal dat geen bezwaar zijn. Andere gemeentes gaan failliet als ze pastorieën moeten kopen. Een oplossing zal voor een deel maatwerk moeten zijn. Maar ook dat maatwerk komt niet tot stand zonder forse druk op de gemeentes. Heel vaak zal het een gemeente extra geld kosten. 

Vroeger was de onuitgesproken regel in het beroepingswerk: wij verwachten dat uw vrouw zich inzet voor de zondagsschool en voorzitter wordt van de vrouwenvereniging. Nu staat er met onzichtbare inkt in de beroepingsadvertenties van stadsgemeentes: wij verwachten dat uw partner minstens modaal verdient.

Coen Wessel

Aug. 23rd, 2018

C.wessel Volzin

Amsterdam 1948 ‘Ik was er bij’

Het gymnasium Celeanum in Zwolle was een voor die tijd, 1948, vooruitstrevende school. Dat lag niet aan de lesstof. Die was traditioneel, maar wel aan de buitenschoolse activiteiten. Er was een volksdansgroep, een schooltuin aan de IJssel en we gingen aan het eind van de zomervakantie ‘op kamp’ naar Terschelling. We sliepen in de Wierschuur en volksdansten op het wad. Zo ook in 1948 en ik ging mee.

Mijn vader, predikant in Zwolle, was een enthousiast voorstander van de oecumene en hij wees mij op een bijeenkomst in augustus van dat jaar in Amsterdam in de Nieuwe Kerk waar een oecumenische happening zou plaatsvinden, die vrij toegankelijk was. Dat leek hem echt iets bijzonders waar je bij moest zijn. Zelf kon hij niet, maar jeugd was ook welkom dus waarom zou ik niet gaan? De datum, eind augustus, viel wel midden in het schoolkamp waar ik natuurlijk heenging.

Nu werd dat schoolkamp voornamelijk geleid door een enthousiaste biologieleraar, Roelf Horreus de Haas, zoon van een in die tijd bekend vrijzinnig predikant. Hij vond het een prima idee dat ik naar die bijeenkomst zou gaan. Wel moest ik iemand meenemen. Zo gezegd zo gedaan. Een vriendin klasgenote was snel gevonden.

De reis van Oost-Terschelling naar Amsterdam was in 1948 echt een reis van Bontekoe. Ook hadden we weinig geld, dus liften lag voor de hand . Destijds was dat nog heel gebruikelijk. Aan veiligheid werd verder niet gedacht. Zo bereikten deze twee 16-jarigen vol verwachting de Dam en de Nieuwe Kerk. Alleen al het daar naar binnengaan was opwindend. Wij waren vroeg en er was nog plaats, maar al gauw stroomde de kerk helemaal vol. Het orgel speelde en we keken onze ogen uit.

Van de eerste toespraken herinner ik me niets. Wel werd er veel gezongen. ‘A Toi la Gloire’ schalde door de kerk, in het Frans. Wij zongen dapper mee.

Toen werd de hoofdspreker aangekondigd: dominee Niemöller. Er viel een stilte. Die naam was zo kort na de oorlog een begrip: Niemöller. Dat was toch die Duitse legerpredikant die als kapitein onder Hitler diende? Ik zie hem nu, zeventig jaar later, nog verschijnen op die preekstoel in de Nieuwe Kerk. Niet in toga, heel gewoon in pak. Hij begon zich te verontschuldigen dat hij Duits sprak. Hij wist dat dat de taal van de vijand was. Dat was waar. Duits was volkomen taboe als taal van “de moffen” .

Van wat Niemöller verder gezegd heeft weet ik niets meer, maar er werd ademloos geluisterd. Het maakte grote indruk en aan het eind ging iedereen klappen. Niemöller was ontroerd en had ons ontroerd. Je voelde het. Er gebeurde echt iets met ons.

Terug naar Terschelling ging diezelfde dag niet meer, maar we haalden nog wel Zwolle en kwamen de volgende dag terug in het kamp, trots op onze avonturen. ‘s Avonds bij het kampvuur mochten we alles vertellen. Dat ‘alles’ was eigenlijk alleen het optreden van Niemöller. Maar dat gaf niets. Het was genoeg.

We waren erbij. In de Nieuwe Kerk in 1948 in Amsterdam.

Elida K. Tuinstra 

(Verschenen in 'In de Waagschaal' augustus 2018)

Jun. 29th, 2018

C.wessel Volzin

De Wereldraad en de dialoog

De Wereldraad van Kerken is gebouwd op dialoog. Dat is de grote kracht van de organisatie. Het is een laboratorium van gesprek en interculturele communicatie. Christenen uit alle windstreken ontmoeten elkaar. Niet in een ongelijkwaardige politieke of commerciële setting, maar principieel als broeders en zusters. En ach, dat het soms ontaardt in een overdreven ‘alle Menschen werden Brüder’-achtige stemming, is begrijpelijk. Deze wat hemelse sfeer helpt juist om over confessionele en culturele grenzen heen te reiken. 

In de tijd dat het Westen uit zijn koloniale houding wakker geschud moest worden, leerden Westerse kerkleiders zo voor het eerst om te luisteren naar kerkleiders uit Afrika, Azië en Latijns-Amerika. Het is dan ook logisch dat de Wereldraad altijd zoveel nadruk heeft gelegd op programma’s ter bestrijding van racisme. Racisme is het eerste dat gelijkwaardige communicatie verhindert. Bijna even logisch is de nadruk op economische ongelijkheid. Want ook dat springt zo in het oog als je elkaar ontmoet.

De wereldwijde oecumenische contacten hebben impulsen gegeven aan de Europese en Noord-Amerikaanse kerken om ook in eigen land veel meer te doen op dit gebied. Het open oog van de Protestantse kerk voor migrantenkerken is ondenkbaar zonder het werk van de Wereldraad. Al eerder opende zending en oecumene de ogen voor de negatieve gevolgen van de koloniale politiek en de Apartheid.

Ook op geloofsgebied heeft het dialoogmodel tot resultaten geleid. De gezamenlijke vieringen in de Wereldraad zorgden vrijwel ongemerkt tot een verspreiding van Afrikaanse, Zuid-Amerikaanse en Aziatische liedcultuur. Het Lima-rapport over ambt en sacrament was een mijlpaal in de oecumenische bezinning. We hebben er onze nieuwe bisschoppen, pardon classis-predikanten, aan te danken.

Dialoog heeft zijn grenzen. In de tijd van de koude oorlog kon er nooit gesproken worden over de onderdrukking van de kerken in het Oosten. Daar heeft de Wereldraad spijt over betuigd, maar de moeilijkheid zit ingebakken in het dialoogmodel. Op de jongste zitting van het Centraal Comité van de Wereldraad spraken vertegenwoordigers van Noord-Korea en Zuid-Korea de vergadering gezamenlijk toe. Buiten de vergadering zongen ze aanstekelijk eendrachtig een gezang. Maar in de resolutie over Korea van het Centraal Comité staat geen woord over de onderdrukking van christenen in Noord-Korea, de concentratiekampen en de slavenarbeid. De dialooglijnen open houden en fatsoenlijk spreken gaat blijkbaar moeizaam samen. Of dat ook wijsheid is? Verdrukte mensen in de steek laten heeft ook zo zijn prijs.

Coen Wessel

May. 11th, 2018

C.wessel Volzin

Het verloren paradijs van de Oostvaardersplassen

De afgelopen maanden botsten actievoerders en medewerkers van Staatsbosbeheer bij de Oostvaardersplassen. Actievoerders wilden ernstig verzwakte dieren bijvoeren. Heel prettig ging het er niet aan toe, maar het signaal dat de actievoerders afgaven geeft net de extra druk om het beheer van het natuurgebied in zijn huidige vorm te beëindigen.

Toen in de Oostvaardersplassen een natuurgebied ontstond, wilden beleidsmedewerkers dit gebied behouden en vervolmaken. Uitgangspunt was dat er nauwelijks mensen zouden komen. De natuur kon het beste ‘zelf’ zijn gang gaan. Om het gebied niet dicht te laten groeien werden er Heckrunderen, Konikpaarden en edelherten losgelaten. Heckrunderen waren in de jaren dertig onder de warme belangstelling van Hermann Göring gefokt om een dier te krijgen dat op een oerrund leek. Konikpaarden hebben een vergelijkbaar foktraject achter de rug hebben. Zo kreeg Nederland zijn eigen darwinistische paradijs. Een oernatuur met oerdieren, waar als je de natuur maar zijn gang liet gaan, alles zeer goed zou komen. De film ‘De Nieuwe Wildernis‘ legde er getuigenis van af en trok volle zalen.

Maar ook dit paradijs ging verloren. De grote grazers gingen heen, vermenigvuldigden zich en vraten alles kaal. De afgelopen lange winter werd nog eens duidelijk hoe wreed het concept van de zelfregulerende natuur is. Meer dan 3000 grote grazers stierven. Een commissie van Provinciale Staten stelt nu voor om het aantal grote grazers terug te brengen tot 1100 dieren. Dat lijkt me een verstandig voorstel. Ook willen ze het gebied toegankelijker maken voor mensen.

De Oostvaardersplassen zijn gebaseerd op de aanname dat de natuur uit zichzelf iets goeds en moois oplevert. De mens met zijn cultuur moet zo ver mogelijk buiten de natuur staan. Cultuur en natuur, mens en dier zouden alleen maar vijanden zijn. Dat is niet waar. Mens en dier hebben er beide wat aan als de mens de natuur bewerkt en er over waakt (Genesis 2:15). Een harde scheiding tussen mens en dier houdt ons bovendien af van de lastige opdracht om als mensen goed samen te leven met de natuur. ‘Het idee dat er land ‘teruggegeven moet worden’ aan de natuur komt voort uit het misverstand dat er geen harmonie tussen mens en natuur mogelijk is’ (p.218) schrijft Willem Maarten Dekker in zijn jongste boek ‘Dit broze bestaan’. De verbondenheid van mens en natuur moet uitgangspunt zijn van elk natuurbeleid.

Coen Wessel

Mar. 22nd, 2018

C.wessel Volzin

St. Benedictusberg

Dit is de kerk van het klooster St. Benedictusberg in Vaals. Ik was daar met mijn vrouw in de buurt op vakantie en we hadden gehoord dat je in dit klooster zeven keer per dag het getijdengebed bij mocht wonen. En daarom liepen we er op een dinsdagmiddag binnen om het middaggebed mee te maken. 

De meeste moderne gebouwen vind ik uitgesproken lelijk en mensvijandig, maar deze moderne ruimte – de kerk werd in 1968 opgeleverd - heeft een grote schoonheid. Dat komt door het ritme van de ramen en de pilaren. Verder is er bijna niets. Het altaar is niet meer dan een blok steen met een tafelblad. Nergens zijn beelden van Christus of van heiligen. Alleen een aantal banken vullen de ruimte. St. Benedictusberg is een Rooms-katholiek klooster, maar de strakke eenvoud is bijna calvinistisch. De kloosterkerk laat zien hoe zeer de Katholieke kerk in de jaren vijftig en zestig bezig was om zich te vernieuwen en aansluiting te zoeken bij de moderne tijd. 

De klok luidde, de kaarsen werden door een monnik aangestoken en daarna kwamen de overige 12 monniken binnen. Ze groetten het altaar en gingen zitten. De dienst van een dikke tien minuten bestond uit het reciteren van drie psalmen. Alles ging in het Latijn. De sfeer van de dienst was net als de architectuur van de kerk: helder, doorzichtig en absoluut niet warm of gezellig. Maar juist dat zakelijke droeg bij aan een diepe concentratie.

We zijn er twee keer terug geweest. De ene keer was de dienst indringender dan de andere keer. Lag dat aan mezelf? Of lag daar ook aan de broeders? ‘Lukte’ het de broeders de ene keer beter dan de andere keer? De laatste keer dat we er kwamen leek de concentratie van de broeders wat zoek, totdat de abt aan het einde van de dienst alleen het ‘Onze Vader’ begon te reciteren. Hij deed dat met een intensiteit die elk gebedswoord bij me deed binnenkomen. En ik werd overdonderd toen de monniken met zijn allen invielen om de laatste regel mee te bidden: ‘sed libera nos a malo, maar verlos ons van de boze’.


Tags:

Mar. 13th, 2018

C.wessel Volzin

De democratie lijkt op weg naar de uitgang

Al tientallen jaren bevinden de grote volkspartijen zich in een crisis. Het vertrouwen van kiezers in politici daalt. Kiezers switchen makkelijk tussen partijen. De ledentallen van politieke partijen dalen. Partijleven en partijdemocratie verdwijnen. Het politieke landschap versplintert. 

Al even lang krijgen politieke partijen goed bedoeld advies hoe ze zich uit deze crisis kunnen bevrijden. Er zouden referenda moeten komen of een gekozen burgemeester. ‘De PvdA moet economisch meer naar links en cultureel naar rechts’. ‘De partijen moeten meer luisteren naar mensen met MBO-opleiding en naar mensen uit de regio’. 

De adviezen zijn niet onzinnig, maar vergeten het belangrijkste: niet de politieke partijen of ‘het politieke bestel’ zijn in crisis. De samenleving is in crisis, de cultuur is in crisis. De crisis van de politieke partijen of van ‘de politiek’ is daar enkel een symptoom van.

De politieke partijen die het politieke bestel dragen werden gevormd rond het christelijke geloof of rond Verlichtingsidealen als vrijheid (VVD) of gelijkheid en broederschap (SDAP, PvdA). Ze waren hecht (AR, KVP, SDAP) of minder hecht verbonden met maatschappelijke instituties met soortgelijke idealen. Materiële belangen en factoren als regionale vertegenwoordiging speelden altijd een rol, maar ideologie domineerde de partijvorming. 

In onze tijd zijn de meeste politieke partijen nog steeds gevormd rond geloof of Verlichtingsidealen. Maar dat geloof en dat idealisme is in de hele samenleving – en dus bij iedere afzonderlijke kiezer -  minder geworden. Dus struint de kiezer van partij naar partij, maar voelt zich weinig gebonden aan de partij waar zij of hij op gestemd heeft. Wetenschappelijke bureaus kunnen nog zo hard hun best doen om de eigen partij opnieuw uit te vinden, het maakt het gevoel van afstand van de kiezer niet minder.

Hans van Mierlo geloofde indertijd dat het opblazen van het politieke bestel zou leiden tot een vernieuwde democratie. Zijn apocalyptische verwachtingen komen maar gedeeltelijk uit. De oude politieke partijen zakken inderdaad weg, maar hun sterven leidt niet tot een Pasen van een nieuwe democratie. Er komt geen nieuwe democratie en er komen geen nieuwe politieke partijen. En als ze er komen blijkt opnieuw dat waar geloof en Verlichtingsidealen wegvallen, etniciteit het leidende principe wordt (PVV, Forum voor Democratie, DENK). 

Met het verlies van het geloof in God of in de Verlichtingsmens lijkt ook de democratie op weg naar het einde. 

Coen Wessel

commentaar In de Waagschaal april 2018

Jan. 19th, 2018

C.wessel Volzin

Beeldenstorm

Aan standbeelden van mensen heeft eeuwenlang iets van afgodendienst gekleefd. In de Middeleeuwse publieke ruimte waren daarom vooral beelden van heiligen te zien. Standbeelden van mensen waren niet verboden, maar de kerk stimuleerde het niet.

In de 18e eeuw verschijnen er in Nederland her en der beelden van Romeinse goden. Dat zijn geen heiligen meer, maar ook nog geen reële mensen. 

Pas halverwege de 19e eeuw komen er publieke beelden van reële mensen. Het begint met Jacob Cats in 1829. Al snel volgen Michiel de Ruyter (1841), Willem van Oranje (1845), Rembrandt (1852), Vondel (1867), Thorbecke (1867), Spinoza (1880) en Jan Pietersz. Coen (1887). Het opkomend nationalisme heeft behoefte aan helden uit Nederlands glorietijd. De verlichte burgerij laat geïdealiseerde mensen de plaats van heiligen en (half)goden innemen.

De beeldencultus is na 1900 al weer voorbij. De beeldende kunst wordt abstracter. De burgerlijke mens valt in WOI van zijn sokkel. Generaals  en staatsmannen blijken eerder moordenaars dan helden ontdekt een avant-garde van theologen en kunstenaars. 

De enkele beelden die na 1900 worden opgericht zijn republikeinse goedmakertjes: Johan de Witt (1918) en Oldenbarnevelt (1954) of wanstaltige afbeeldingen van populaire artiesten (Wim Kan 1986, André Hazes 2005). 

Read more...Collapse )

Nov. 16th, 2017

C.wessel Volzin

De Korea-crisis is geen wargame

De Noord-Koreaanse leider Kim Jong-un en de Amerikaanse president Donald Trump voeren een felle verbale oorlog. Trump dreigt met ‘vuur en woede’ en noemt zijn Noord-Koreaanse collega ‘raketman’ en ‘klein en dik’. Kim Jong-un laat zich ook niet onbetuigd.


Het is verleidelijk om vanuit Nederland hier met schouderophalen naar te kijken als het gescheld van twee onvolwassen mannen. Of met een groot gevoel van machteloosheid: er zitten twee mannen aan de knoppen van een kernoorlog en wij moeten maar afwachten of we - bewust of per ongeluk - een oorlog in stommelen.


Deze blik op het conflict is beperkt. De volkeren die direct de gevolgen van een eventueel conflict dragen blijven buiten beeld. Alsof ze alleen maar de anonieme poppetjes zijn in een wargame van twee spelers. Waarbij ook onze oriëntalistische blik meespeelt om Koreanen, Japanners en Chinezen niet als individuen, maar als amorfe massa te zien. Ze blijven ook buiten beeld als actoren in de politieke dynamiek van een escalerend conflict.


Hoe een eventuele oorlog verlopen zal is onduidelijk. Het kan een korte oorlog zijn – eventueel met kernwapens – maar het kan ook veel langduriger uitpakken.

Niet te onderschatten is wat een acute oorlogsdreiging zal doen met de bevolking van Zuid-Korea en Japan. Er zal angst en onrust zijn over de eigen veiligheid, maar ook over de veiligheid van de Noord-Koreanen met wie veel Zuid-Koreanen zich innig verbonden voelen. Ze zullen zich in de steek gelaten voelen. De agressie die dat gevoel van verlatenheid oproept kan zich zomaar keren tegen het Westen.


Een oorlog zal ook doorwerken in de mondiale verhoudingen. Een oorlog in Korea zal een wereldwijde vertrouwenscrisis in de internationale orde veroorzaken, waarvan niemand kan voorspellen hoe ver die gaat.


Voor journalisten is het belangrijk om uit het ‘Trump-versus-Kim’ frame te stappen en vanuit het perspectief van de verschillende landen en bevolkingen te berichten. Beleidsmakers moeten met kracht alternatieven voor oorlog doordenken en naar voren te brengen.


Kerken en anderen kunnen meer banden ontwikkelen met kerken en civiele organisaties in het crisisgebied. Zodat de mensen daar, als spanningen verder oplopen, weten dat veel mensen in Europa en de VS met hen mee leven.


Wie weet wat onze tekens van verbondenheid  bewerken. Het kan de sfeer van machteloosheid zowel in Europa als in Zuid-Korea helpen doorbreken. De vredeswil van volkeren kan doorslaggevend zijn.



Coen Wessel

Tags: ,

Previous 10

C.wessel Volzin

October 2018

S M T W T F S
 123456
78910111213
14151617181920
21222324252627
28293031   

Tags

Syndicate

RSS Atom
Powered by LiveJournal.com