C.wessel Volzin

Video's over Bijbelverhalen en liederen

In deze Corona-tijd wil ik af en toe een heel kort filmpje laten zien waarin ik iets vertel over een bijbelverhaal of over een lied uit het liedboek. Vaak zal dat iets zijn waarvan ik denk: dat weet u nog niet over dit bijbelverhaal of dit lied, maar het is wel mooi en belangrijk. Ik ga daarbij niet een uitgebreide uitleg geven van het hele verhaal, maar ik focus op één mooi detail in het lied of het bijbelverhaal.

Mijn vraag aan u is: zou u mij ook zo’n bijbelverhaal of lied kunnen aanreiken? Dan ga ik kijken of ik daar iets moois van kan maken. Ik hoop ongeveer elke week een filmpje te kunnen posten.

De eerste video gaat over het bekende verhaal van David en Goliath (1 Samuël 17).



De tweede video gaat over lied 289 uit het Liedboek 2013 'Heer, het licht van uw liefde schittert', dat eerder bekend werd als 'Heer, uw licht en uw waarheid schijnen'. Het is een vertaling van 'Shine, Jesus, shine'. Ik vertel speciaal iets over het derde couplet.




De derde video gaat over een wat onbekender lied, lied 709 'Nooit lichter ving de lente aan'. Het is een lied dat Ad den Besten schreef voor Bevrijdingsdag.





Psalm 133 beschrijft het hoopvolle vooruitzicht dat mensen (broeders), elkaar niet vermijden, maar in vrede samen wonen. Dat is een grote zegen, die misschien alleen vergelijkbaar is met de zegen die neerdaalde toen Aäron tot hogepriester gezalfd werd. Dat ging er toen wellicht wat kliederig aan toe met al die olie, maar wat een heilig moment. Of een zegen vergelijkbaar met als het land vruchtbaar en levengevend gemaakt wordt, omdat er dauw neerdaalt.





Het lied 'Heer, ik kom tot U' beschrijft de nadering van een mens tot God. Het is een van de bekendste opwekkingsliederen. Minder bekend is dat de schrijver van het lied, Geoff Bullock (Sydney, 1955), het lied herschreef na een ingrijpende crisis in zijn leven. 'Het wonder is niet dat ik naar God toe kom, maar dat God naar ons is toegekomen'.




C.wessel Volzin

Chris Rutenfrans over euthanasie en over de Coronacrisis

‘Veel mensen vinden het vanzelfsprekend om bij het toekennen van een schaars intensive care-bed jongeren voorrang te geven boven ouderen. Dat is discriminatie op grond van leeftijd. Ieder mens heeft een eigen waarde, die los staat van leeftijd, geslacht of etniciteit. Dat is een grondwaarde van het Christendom, die de grondslag van onze beschaving geworden is.’ 

Chris Rutenfrans (1953) was redacteur van de opiniepagina van De Volkskrant. Met hem spreek ik over zijn betrokkenheid bij het protest van Andreas Burnier tegen de normalisering van euthanasie en over de huidige Corona-crisis waarin sociaal-darwinistische geluiden onverwacht luid klinken. 

In de jaren tachtig raakte je betrokken bij het protest van Andreas Burnier tegen de geruisvolle aanvaarding van euthanasie, ja zelfs het ‘euthanasiasme’ waarmee euthanasie werd omarmd. Hoe ben je bij haar tegenstem betrokken geraakt?

‘Andreas Burnier was onder haar echte naam, C.I. Dessaur, hoogleraar-directeur van het Criminologisch Instituut van de Radboud Universiteit in Nijmegen. In de jaren tachtig werkte ik daar als junior wetenschappelijk medewerker, in wat wij nu een PhD-aanstelling zouden noemen. Dessaur schreef in december 1985 een column in een vakblad tegen de aanvaarding van euthanasie, onder de kop ‘De zelfmoord op zieken en bejaarden’. Een week later stond het in alle kranten. Dat Dessaur/Burnier, een toonaangevend romancier en feministe, die als progressief werd beschouwd, zich keerde tegen euthanasie, was een regelrechte sensatie. Vanaf dat moment stroomden de brieven en adhesiebetuigingen binnen. Deze hebben wij destijds, aangevuld met artikelen van geestverwanten, gebundeld tot een pamflet: Mag de dokter doden?

Dessaur liet haar artikel voor publicatie lezen aan alle medewerkers van het Instituut. Ik was de enige die het volkomen met haar eens was. Voor mij was het belangrijkste dat de aanvaarding van euthanasie ernstig zieke mensen in een chantabele positie brengt. Waarom zou je je omgeving nog tot last willen zijn als het ook mogelijk is er middels euthanasie uit te stappen? Het individu komt, juist als hij of zij het kwetsbaarste is, onder ontoelaatbare druk te staan. Ik vond het onbegrijpelijk dat niet veel meer werd geïnvesteerd in pijnbestrijding en palliatieve zorg, waardoor de vraag naar euthanasie tot nul gereduceerd kan worden. 

Mijn wantrouwen werd nog versterkt toen bleek dat in de praktijk veel mensen ‘euthanasie’ kregen zonder dat zij daartoe een vrijwillig verzoek hadden gedaan. Vanuit de euthanasiebeweging kwamen daar bijzonder weinig protesten tegen.’ 

Heb je de indruk dat het geholpen heeft? 

‘Dessaur schreef haar column eind 1985. In 1984 had de Hoge Raad al in een arrest de zorgvuldigheidseisen geformuleerd waaraan een arts moest voldoen om bij euthanasie vervolging te voorkomen. Hiermee was euthanasie in feite al geaccepteerd. Zij was te laat. Toch denk ik dat het de wetgeving sterk vertraagd heeft. Er lag toen een wetsvoorstel van Wessel-Tuinstra (D66) dat het niet gehaald heeft. Pas in 2001, onder minister Els Borst (ook D66), is euthanasie gelegaliseerd.’ 

Wat vind je nog steeds belangrijk aan dat protest?

‘Dat je met een hartekreet, op het juiste moment gedaan, nog heel veel kunt bereiken. Wat de medische en juridische elites hadden bekokstoofd, namelijk een consensus over de aanvaardbaarheid van medisch doden onder voorwaarden, bleek voor veel ‘gewone mensen’ helemaal niet zo acceptabel te zijn. Er ontstond meer ruimte voor de bezwaren die aan euthanasie kleven.’ 

In de Coronacrisis zijn er discussies over wie je moet toelaten op de Intensive Care in het geval van een tekort aan bedden. Een aantal mensen hebben gesuggereerd om jonge en gezonde mensen voorrang te geven op oude en minder gezonde mensen. 

‘Veel mensen vinden het vanzelfsprekend om bij het toekennen van een schaars intensive care-bed jongeren voorrang te geven boven ouderen. Dat is discriminatie op grond van leeftijd. Ik ben daar tegen. Nederland heeft relatief zeer weinig ic-bedden. Dat is al kwalijk. Er hoeft maar iets te gebeuren, een virus in dit geval, of er moet geselecteerd worden wie een ic-bed krijgt en wie niet. Onverkwikkelijk. Maar als je dan toch moet kiezen, moet de kans op herstel de doorslag geven. Die kans is wel enigszins gerelateerd aan leeftijd, maar niet absoluut. Gezondheid, conditie, andere kwalen zijn belangrijker. Een 70-jarige kan een betere kans op herstel hebben dan een 35-jarige. 

Wanneer je alleen maar kijkt naar leeftijd, gebruik je een collectief kenmerk om te beoordelen of een specifieke persoon, een individu, een levensreddende behandeling krijgt. Dat is in strijd met een kernwaarde van de westerse beschaving, namelijk dat elk individu een intrinsieke waarde heeft, een waarde die niet afhankelijk is van collectieve kenmerken als etniciteit, sekse, seksuele voorkeur, en dus ook leeftijd. Deze kernwaarde is neergelegd in artikel 1 van de Nederlandse Grondwet, het gebod tot gelijke behandeling.

Een voorbeeld kan dit verduidelijken. Stel dat Marokkanen als groep meer crimineel gedrag vertonen dan andere groepen. Dan mag je daar een individuele Marokkaan niet op aanspreken en niet naar behandelen. Je moet hem of haar persoonlijk beoordelen. 

En stel dat 70-jarigen als groep een slechtere kans op herstel hebben na een ic-behandeling dan jongeren. Dan mag je daar een individuele 70-jarige niet naar beoordelen. Je moet kijken of die kans op herstel bij hem of haar, op grond van een reeks andere factoren, óók slecht is. Zo niet, dan moet hij een gelijk recht op dat ic-bed.’

Bij het nadenken over hoe het verder moet zijn er ook mensen die voorrang willen geven aan het opstarten van de economie. Hun argumenten variëren van: ‘met een sterke economie blijft de gezondheidszorg betaalbaar’ en dus redden we zo uiteindelijk meer levens tot ‘waarom zouden we de economie stil leggen voor mensen die toch anders over twee jaar dood zouden gaan’. Hoe kijk jij aan tegen de verschillende argumenten in de discussie?

‘Volkskrant-redacteur Maarten Keulemans heeft berekend dat zo’n 50 duizend mensen jonger dan 70 jaar het slachtoffer zouden worden van het weer opstarten van de economie. Dat plan gaat dus niet door. 

Maar het idee dat het, in de formulering van de filosoof Damiaan Denys, een goeie zaak is dat het coronavirus ‘ons verlost van een zwakke bevolking die ziek is en zwaar op de maatschappij weegt' doet sterk denken aan het sociaal-darwinisme dat een van de pijlers was van het nationaalsocialisme. Volgens het sociaal-darwinisme wordt de maatschappij geschaad door het uit liefdadigheid in leven houden van zwakkeren en ouderen. Zo vond de sociaal-darwinist Ernst Haeckel (1834-1919) dat de moraal niet het individu moet beschermen maar het welzijn van de soort moet dienen. Burgers hebben voor de staat 'alleen de waarde van machineonderdelen'. De gezondheidszorg belemmert de natuurlijke selectie door het leven van psychisch gehandicapten en ongeneeslijk zieken te verlengen. Haeckel vond dat die snel en pijnloos uit hun lijden verlost moesten worden. Deze eliminatie zou de biologische kwaliteit van het Duitse volk vergroten. Dit soort ideeën zijn door Hitler meedogenloos uitgevoerd. 

Het stellen van de gemeenschap, de economie, de maatschappij boven het individu is in strijd met de kernwaarde van de westerse cultuur dat het individu een intrinsieke waarde heeft. In zijn boek Inventing the Individual laat de Amerikaans-Britse historicus Larry Siedentop zien hoe de gedachte dat alle mensen, ongeacht de collectiviteit waartoe zij behoren, gelijk zijn, geleidelijk veld won en uiteindelijk heeft gezegevierd. Die gedachte kwam voor het eerst op in het vroege christendom. Jezus sprak over God als over zijn 'vader' die van al zijn kinderen hield en juist ook van de meest marginalen onder hen. En de apostel Paulus zette die gedachte voort. In zijn Brief aan de Galaten staat: 'Er is geen jood of heiden meer, er is geen slaaf of vrije, er is geen man en vrouw, want u bent allen één in Christus Jezus.'

Dat betekent dat iedereen een autonome waarde heeft, een waarde die niet bepaald wordt door etniciteit (jood of heiden), maatschappelijke status (slaaf of vrije) of sekse (man of vrouw). Met dit idee is het individu geboren. Aangezien de autonomie van het individu voortkomt uit het christendom zou je verwachten dat de kerken deze waarde hoog in het vaandel hebben en steeds met nadruk protesteren als zij in gevaar komt. Een voorbeeld waar men zich aan zou kunnen spiegelen is kardinaal Graf von Galen van Münster die in 1941 met grote felheid protesteerde tegen de ‘vreselijke leer, die het vermoorden van onschuldigen wil verdedigen, die het gewelddadig doden van niet meer tot arbeid in staat zijnde invaliden, gebrekkigen, ongeneeslijk zieken, door ouderdom verzwakten principieel veroorlooft’. Maar van een dergelijke strijdbaarheid is van de zijde van de kerken weinig te merken. Te weinig, wat mij betreft.’

Coen Wessel


Dit interview verschijnt in In de Waagschaal, 3 mei 2020, jaargang 49, nr. 5 

C.wessel Volzin

Gebed


Barmhartige God, u ben onze toevlucht, 

een venster op licht voor mensen in nood.

Voor ons bent U een bron van troost.


Wij bidden u 

wees bij ons nu wij de gevolgen ondervinden van het corona-virus. 

Bescherm wie dit virus heeft opgelopen, 

wij bidden voor hen om hoop en genezing. 


Voor wie kwetsbaar is bidden wij u.

Voor wie bang is, omdat je gezondheid broos is.

Voor wie moeite heeft met de stress van deze ziekte bidden wij.


Wij bidden voor artsen en verpleegkundigen,

die risico lopen, maar dat doen

omdat ze weten dat hun roeping is om mensen 

bij het leven te houden.


Voor onderwijzers en leraren, voor conducteurs en kassières

voor iedereen die onze samenleving draaiend houdt,

Heer, wees met hen.


Voor mensen die bang zijn voor hun baan,

mensen op Schiphol, werknemers van de KLM,

voor hen en voor hun familie bidden wij.


Voor onze regering bidden wij

om wijsheid.

Voor mensen buiten Nederland die misschien veel kwetsbaarder zijn

omdat de zorg zo weinig is.

Speciaal bidden wij voor de vluchtelingen op Lesbos.


 Geef ons geloof

om te vertrouwen op u

Versterk ons geloof en onze hoop. 

door Christus onze Heer. 


In stilte bidden wij.

….

Onze Vader

Onze Vader die in de hemel zijt. 

Uw naam worde geheiligd, 

Uw koninkrijk kome, 

Uw wil geschiede, 

op aarde zoals in de hemel. 

Geef ons heden ons dagelijks brood, 

en vergeef ons onze schulden, 

zoals ook wij onze schuldenaars vergeven, 

en leid ons niet in verzoeking, 

maar verlos ons van de boze. 

Want van U is het koninkrijk,

en de kracht, en de heerlijkheid,

Collapse )
C.wessel Volzin

Liturgische wereldmuziek bij Songs2Serve

Vijfentwintig jaar geleden werkte ik mee aan de liedbundel ‘Hoop van alle Volken’, een bundel met meer dan 100 liederen uit o.a. Afrika, Latijns-Amerika en Azië met vertalingen van o.a. Joke Ribbers, Elly Zuiderveld en Sytze de Vries. In de jaren daarvoor had ik deze ‘liturgische wereldmuziek’ ontdekt, omdat ik op zoek was naar muziek die lichaam en ziel wat meer bewoog dan de Nederlandse kerkmuziek. Het samenstellen van de bundel was leuk werk, er werden duizenden exemplaren van verkocht tot op de dag van vandaag, maar de bundel heeft het Nederlandse kerkmuziekleven niet veranderd.

Ik ga hier niet in op de oorzaken daarvan of op de tekortkomingen van ‘Hoop van alle Volken’. Grosso modo kan je zeggen dat wat ik er van hoopte, dat kerkmusici, predikanten en kerkleiding hierdoor geïnspireerd zouden raken om andere kerkmuziek te gaan maken weinig gebeurd is. In het midden van de kerk werd de bundel voor kennisgeving aangenomen en aan de rechterkant werd de bundel volkomen genegeerd. Ik had al een reggae-lied geselecteerd  dat de EO zo op Radio 3 kon pluggen, maar dat bleven zoete dagdromen. De EO deed helemaal niets met de bundel. In het Liedboek 2013 kwamen maar mondjesmaat liederen van buiten Europa, o.a. het wonderschone ‘Lirih terdengar lagu kasih’ (‘Luister naar de wind’ nr. 936).

Zaterdag 8 februari zat ik in Rotterdam bij een studiedag van de organisatie Songs2Serve. De organisatie bestaat sinds 2014 en is de liturgische en muzikale poot van de stichting Intercultural Church Plants Nederland, de koepel van een dikke twintig nieuw gestichte gemeentes die nadrukkelijk intercultureel willen zijn. De studiedag is er op gericht de muziekteams van de verschillende ICP-gemeentes op allerlei manieren toe te rusten.

De studiedag wordt gehouden in een school en als ik bij de opening in de aula om me heen kijk zie ik zo’n 100 mensen, van wie ongeveer 70% een duidelijke blank-Nederlandse achtergrond heeft. Veel Nederlanders zijn rond de dertig jaar. De dag begint met gebed en het zingen van een aantal liederen. Het eerste lied (Jesu Azali Awa) ken ik uit Hoop van alle Volken. Het wordt enthousiast meegezongen, eerst in het Kigali (Congo) en daarna in het Engels.


Het daaropvolgend lied is heel verrassend in het Hindi (Yeshu Tera Naam), ik ken het niet en de meeste mensen ook niet. De zangleider Rieneke Visser zingt het refrein voor in het Hindi en daarna zingen we het in het Hindi (o.a. India) en het Engels. Het laatste lied, Roohol Ghodos, wordt op een zelfde manier in het Farsi (Iran) en het Nederlands gezongen. De liederen worden begeleid door een uitstekende band.

Daarna zijn er een heel aantal workshops over het leiden van bands, over interculturele liturgie, over het spelen en zingen van liederen in het liederen in het Arabisch en het Farsi en zelfs twee workshops over geluidstechniek, eentje voor beginners en eentje voor gevorderden.

Ik heb voor een workshop van Ilse Roskam gekozen over Klezmer-liedjes en Braziliaanse liedjes. De Klezmerliedjes zijn eenvoudig mee te zingen (Hodu l’Adonai ki tov, o.a. Psalm 106, 118, 136 en Hineh lo yanum, Psalm 121). Het Braziliaanse lied (Eu vou louvar) is lastig vanwege de uitspraak van het Portugees en het ritme. Gelukkig is er een vrouw uit Syrie die perfect de ingewikkelde ritmes kan drummen. Hier is duidelijk hoe geweldig het is iemand met een achtergrond te hebben in een muzikale traditie die veel gebruik maakt van slagwerk en ritmes. Heel veel verder dan het refrein komen we niet. Ilse Roskam beweegt zich gemakkelijk in beide muzikale stijlen, speelt de ingewikkelde ritmes met gemak, durft groepsleden te verbeteren en spreekt – voor zover ik dat kan beoordelen – verbluffend Portugees.

In de middagpauze sluit ik me aan bij een groepje uit Ede. Er is bijzonder lekker eten, voor het grootste deel bonensalades met Turks brood. Het toetje is Sholeh Zard, een Iraans gerecht van rijst, amandelschaafsel, saffraan en zoetigheid. De Iraanse man met wie ik eet wordt helemaal enthousiast en raakt met een vrouw uit zijn kerk in gesprek over hoogwaardige medische technologie.

De daaropvolgende workshop is een Q and A-sessie met Rieneke Visser. Zij vertelt dat zij een dikke vijftien jaar geleden met deze muziek in aanraking is gekomen. Ze heeft zichzelf geschoold door zangles en de laatste jaren ook door cursussen bij Arts Release. Ze moedigt de workshopleden aan om zich goed te scholen. De afgelopen jaren was ze leider van Songs2Serve in Nederland. Daar is ze net mee gestopt om zich nu in te gaan zetten voor het Europese netwerk van Songs2Serve.

Ze laat ons deze video zien als voorbeeld van een goede manier om een niet-Westers lied te introduceren.

De video laat zien dat het leren van zo’n lied ook heel erg over relaties gaat. De zangleider, Nikki Lerner, stelt eerst de Ethiopische zangeres Emnet Tilahun uitgebreid voor. Zo neemt ze de gemeente mee in de ontmoeting. Zij interviewt haar kort, de zangleider complimenteert haar en haar taal: ‘Amharic is such a beautiful language’. Heel Amerikaans, maar het werkt! Zij is op haar gemak en de gemeente wordt voorbereid op iets heel moois. Daarna vertelt de Emnet Tilahun waar het lied over gaat. Ook dat neemt vervreemding weg. Ze krijgt de gelegenheid de woorden van het lied te zeggen en vervolgens zingt zij het lied. Op het einde mag de gemeente het gemakkelijke refrein meezingen.

Rieneke Visser legt uit dat het aanleren van een lied aan de hele gemeente ook een manier is om de mensen die de niet-Nederlandse taal spreken zich thuis te laten voelen. Eerbied voor de niet-Nederlandse taal is daarom van belang en die eerbied geef je bijvoorbeeld door een native speaker zelf het lied te laten voorzingen en de lastige woorden uit te laten spreken.

In de diensten werkt het heel goed om in een lied de vreemde taal af te wisselen met Nederlands (of Engels) zoals ook bij de opening van de studiedag gebeurde.

Na de workshop moet ik de studiedag verlaten wegens andere verplichtingen.

Ik ben onder de indruk geraakt van het muzikale niveau, maar ook van de didactische aanpak en de nadruk op relaties en gemeenschap bij Songs2serve. Toen ik 25 jaar geleden me verdiepte in deze muziek zag ik dat vooral als een instrument voor muzikale vernieuwing van de Nederlandse erediensten. Hier zie ik dat het daarnaast ook een instrument is om mensen bij elkaar te brengen en tot hun recht te laten komen.

Ook in het licht van de politieke bewegingen in ons land is het interessant dat in deze evangelicale groep met kerken in o.a. Ede, Alblasserwaard, Gouda, Kampen, Almere en Veenendaal multiculturaliteit en meertaligheid de norm is.

Coen Wessel

C.wessel Volzin

Afscheid van een decennium

Precies tien jaar geleden schreef ik mijn eerste ‘Commentaar’ voor In de Waagschaal. Het ging over het Christelijk onderwijs, dat ook toen onder vuur lag. Ik schreef over het belang van het Christelijk onderwijs en opponeerde tegen bezwaren uit seculiere hoek. Om uiteindelijk te vrezen dat het Christelijk onderwijs vooral van binnenuit erodeert. Vandaag zou ik het niet heel anders schrijven. Dat zegt iets over mij, maar het zegt ook iets over het afgelopen decennium. Het was geen decennium van grote veranderingen in Nederland. De economische crisis werd braaf – te braaf – uitgezeten. De Islamitische terreur golfde op en werd met geluk en vakkennis onderdrukt. Maar beide leidden niet tot grote maatschappelijke verschuivingen.

De problemen waar onze samenleving het komende decennium voor staat zijn groter. We gaan merken wat het betekent dat de VS een onbetrouwbare bondgenoot geworden is. De klimaatverandering zal voor grote tegenstellingen zorgen. Toch ben ik optimistisch. Bij de goed opgeleide liberaal-progressievelingen – de klasse waar onze samenleving steeds meer op steunt – bestaat een groeiende bereidheid om wel grote veranderingen door te voeren. In partijtoppen wordt afscheid genomen van een niet-sturende overheid. Het besef breekt door dat Nederland en de EU meer dan ooit een eigen ‘Rijnlandse’ samenleving moet zijn, met heldere rechten voor werknemers. Bovenal begint door te dringen hoe groot de opgave is om tot een klimaatneutrale economie te komen. Zelfs het woord utopie is niet meer besmet. Al blijven mijn zorgen of deze liberaal-progressieve klasse zich voldoende kan inleven in de ideeën en zorgen van mensen buiten hun bubbel.

Voor de kerk ben ik minder optimistisch. In het publieke debat lijkt het nauwelijks mogelijk om tegen vooroordelen en religieuze ongeletterdheid op te boksen. In steden en forensenplaatsen zijn er vaak nu al geen kinderen meer in de kerk. Over enkele jaren zal de generatie die nog in een volop kerkelijke samenleving opgroeide ouder dan zeventig zijn. Met hen verdwijnen veel ambtsdragers en vrijwilligers. Naar de mens gesproken zal de kerk een stuk harder gaan krimpen dan de afgelopen jaren. Positief is dat de kerk grote stappen gezet heeft in de interne organisatie en in het nadenken over de toekomst. Er is een missionaire beweging van de grond gekomen die misschien niet veel zieltjes wint, maar wel zorgt voor nieuw elan in de kerk. Zo kan de kerk een waardevolle plaats en een zuivere stem blijven.

Coen Wessel

In de Waagschaal, jaargang 48, nr. 12. 7 december 2019

C.wessel Volzin

Conflict en vernieuwing in de orthodoxie

Eind 2018 kwam in Oekraïne een van het patriarchaat van Moskou onafhankelijke orthodoxe kerk van de grond. De nieuwe kerk is een fusie van een aantal orthodoxe kerken in Oekraïne. De oecumenische patriarch van Constantinopel, Bartholomeus I, tekende begin januari de zgn. tomos waarmee hij de nieuwgevormde Orthodoxe kerk van Oekraïne zelfbestuur verleende. Dit alles was zeer tot het misnoegen van het patriarchaat van Moskou, dat in oktober 2018 alle banden met Constantinopel verbrak en haar leden verbood om deel te nemen aan missen of huwelijken in een kerk van Constantinopel. 

De vorming van de nieuwe kerk is een rechtstreeks resultaat van het herlevende Oekraïense patriottisme. Na de Russische inval in Oost-Oekraïne en de Krim in 2014 kwam in grote delen van Oekraïne een groter besef van nationale eigenheid van de grond. Het zorgde er voor dat het land niet onder de Russische inval bezweek. Op de achtergrond speelt het Oekraïense trauma van de eeuwenlange Russische onderdrukking met als dieptepunt de door Stalin afgedwongen hongersnood (Holodomor) in 1932-1933. In dezelfde tijd werd door de communisten een onafhankelijke Oekraïense kerk – met meer democratische vormen en een liturgie in het Oekraïens - onderdrukt ten gunste van de Russisch Orthodoxe kerk. 

Het conflict tussen Moskou en Kiev heeft verlammende kanten. Overal in de orthodoxe wereld voelen kerken zich genoodzaakt positie te kiezen, met alle interne ruzies die dit weer oproept. De voortgang van het oecumenische gesprek wordt door het conflict voor vele jaren geblokkeerd. Elke mogelijke vooruitgang van het gesprek met Moskou, zal argwanend bekeken worden in Kiev en Constantinopel en omgekeerd. Voor emeritus-paus Benedictus XVI, die zoveel energie in zijn toenadering tot Moskou stak, zal het een harde klap zijn. In de Wereldraad van Kerken liep men al op eieren in de omgang met de orthodoxie; de samenwerking zal nu nog moeizamer gaan.

Zoals elke kerkfusie ging ook deze niet zonder keiharde interne strijd. Maar als de kerk in Oekraïne er in slaagt om de geboortepijnen te boven te komen, dan kan de nieuwe kerk ook een positieve uitwerking hebben. De liturgie in de volkstaal van de Orthodoxe Kerk van Oekraïne en een meer democratische vorm van kerk-zijn kan een stimulans zijn voor andere orthodoxe kerken. De Orthodoxe Kerk van Oekraïne is de tweede in omvang binnen de orthodoxe wereld. Als daar een vernieuwingsbeweging zich doorzet dan straalt dat uit naar de hele orthodoxe wereld, inclusief Rusland. 

Coen Wessel

C.wessel Volzin

De wonden van Vrij Links

In mei 2018 verscheen het manifest Vrij Links. Het manifest bepleit ‘een levensbeschouwelijk-neutrale staat, seculier onderwijs voor alle kinderen en een herwaardering van individuele vrijheid.’ Binnen de PvdA, D66, de SP en Groen Links vindt dit pleidooi voor een offensief seculiere overheid en tegen het bijzonder onderwijs gehoor. De Tweede Kamer wil snel over artikel 23 – het grondwetsartikel over de vrijheid van onderwijs – debatteren. 

Vrij links appelleert aan een breder gevoelde teleurstelling dat ons land zich maar niet ontwikkelt tot een progressief-liberale samenleving. Vrouwen werken niet fulltime, ouders willen hun kinderen niet laten inenten, er zijn weigerambtenaren, hoofdbedekkingen van vrouwen worden toegestaan etc. De godsdienst, met name de Islam, wordt daarvoor verantwoordelijk gesteld, maar minstens ook de Nederlandse liberalen en progressieven die veel te veel aan de Islam tegemoet komen. Vrij Links wil dat de overheid alsnog de gewenste progressief-liberale maatschappij vorm geeft.

Maar het is meer dan teleurstelling. Het is ook verwonding. Vrij Links is erfgenaam van de vrienden van Theo van Gogh die na zijn dood verbijsterd achter bleven en een hard offensief tegen de religie begonnen. Opvallend is ook dat een aantal Nederlandse intellectuelen met een migratieachtergrond meedoet met Vrij Links. Zij voeren het trauma met zich mee dat in landen als Turkije en Egypte Islamitisch geïnspireerde partijen verkiezingen wonnen en zich vervolgens steeds Islamitisch-dictatorialer ontpopten. 

Samen met Vrij Links tegen de Islam lijkt me een heilloze weg. Maar de bijna automatische neiging van de kerk om meteen voluit het huidige christelijke onderwijs te verdedigen is ook problematisch. Daarvoor staat de kerk te zwak en is het christelijke onderwijs ook niet vitaal genoeg. Een cultuurstrijd zal bij het eerstkomende ‘paarse’ kabinet tot een nederlaag leiden. 

Sterker lijkt me het argument dat onderwijs, opvoeding en levensbeschouwing niet in handen van de staat moeten zijn. Daar moeten ook sympathisanten van Vrij Links voor te winnen zijn. In landen als Turkije is het juist de staat die de Islam oplegt. Te veel opvoedingsmacht bij de staat leggen is spelen met vuur. Misschien dat vandaag de emancipatie van de vrouw en andere Verlichtingsidealen vrijelijk gedoceerd zullen worden, maar morgen...? Ideeën als van de Christen Unie om juist het openbaar onderwijs te democratiseren en te decentraliseren door de bestuursmacht in handen van ouders te leggen zijn heilzamer. Dat maakt een breed palet aan scholen mogelijk en vormt een goede buffer tegen staatsinterventie.

Coen Wessel

C.wessel Volzin

Nieuwe kerkvormen

In de Protestantse Kerk ontstaan nieuwe vormen van kerk-zijn. Er zijn pioniersplekken, kloosterachtige woonvormen en dorpsinitiatieven. Er is het verlangen dat kathedrale kerken nieuwe centra van spiritualiteit en cultuur worden. Al langer bestaan er diaconale centra en gemeentes met een scherpe identiteit. 

Er wordt wel gedacht dat deze nieuwe kerkvormen de kerk van de toekomst zijn. ‘Willen we overleven als kerk, dan moeten we onze kerkvormen radicaal transformeren’. De wijkgemeente zou gedateerd zijn, een overblijfsel van het middeleeuwse parochiale stelsel.

Het succes van deze andere kerkvormen wordt overschat. In Engeland bloeien de kathedrale kerken, maar zo’n kerk heeft al snel 50 mensen in dienst. Identiteitsgemeentes doen het een tijdje goed, maar slagen er vaak niet in om zich te vernieuwen. En hoeveel pioniersplekken bestaan nog over vijf jaar? 

De electoraal-geograaf Josse de Voogd stelt dat er in het overheidsbeleid en de pers vooral aandacht is voor uitersten: de grachtengordel aan de ene kant, probleemgebieden als Amsterdam Nieuw-West of Oost-Groningen aan de andere kant. Maar plaatsen als Nieuwegein, Etten-Leur of Woerden – het ‘Middenland’ - worden vergeten. Terwijl daar 60% van de bevolking woont. Is in de kerk niet iets vergelijkbaars aan de hand? Minstens 80% van de leden van de Protestantse kerk is lid van een min of meer gewone wijkgemeente. Daar zal de kerk voortgang moeten vinden. 

In deze voorkeur voor nieuwe kerkvormen en scherpe identiteiten speelt een beeld van de moderne mens mee: een mens die overal keuzes maakt en zijn leven á la carte inricht. Er is zeker een goed opgeleide groep die zo in het leven staat. Maar een groot deel van de bevolking kijkt niet verder dan een paar kilometer en vindt een vertrouwenwekkende plek waar je gastvrij ontvangen wordt allang best.

Er speelt ook een ideaalbeeld van een toekomstige gelovige mee. Die zou heel gelovig en betrokken (moeten) zijn. Het is een gedachte die al in de eerste studie over de kerkverlating (J.P. Kruijt, 1933) voorkomt: de kerk wordt kleiner, maar de gelovigen worden kwalitatief beter. Daar is tot op heden niets van gebleken. Ook in de toekomst zullen er gelovigen in soorten en maten zijn: enkele gedreven mensen met een vast Godsvertrouwen en veel mensen die lekker meehobbelen.

Dat de kerk, en dus de ‘gewone wijkgemeente’, in een langdurige crisis zit is helder. Nieuwe vormen zijn prachtig. Maar alleen maar inzetten op nieuwe vormen zal de crisis verergeren.

Coen Wessel

C.wessel Volzin

Bij het afscheid van Sybrand van Haersma Buma

De belangrijkste prestatie van Buma is dat hij het CDA na de desastreuze verkiezingsnederlaag van 2012 (13 zetels) inhoudelijk weer op de been heeft geholpen. Er lag een analyse aan ten grondslag dat niet zozeer het gaan regeren met de PVV de grootste fout van het CDA was geweest, maar dat het CDA geen eigen verhaal en geen eigen koers had. 

Het CDA had in de jaren negentig veel geroepen over het ‘maatschappelijke middenveld’, maar daar gaat de politiek nu net niet over en dat was ondertussen ook behoorlijk verdampt. Balkenende had succes gehad met het roepen over ‘normen en waarden’ maar had daar weinig invulling aan kunnen geven. Over de thema’s die de PVV aandroeg had het CDA niet nagedacht. 

In een artikel voor Christen Demokratische Verkenningen, in zijn boek ‘Tegen het cynisme’ en in zijn HJ Schoo-lezing ontvouwde Buma een visie voor de toekomst. Hij stelde voor om een cultuurbeleid te ontwikkelen dat gefundeerd is op de twee grote peilers van de Europese beschaving: ‘Athene’ (de klassieke oudheid) en ‘Jeruzalem’ (jodendom en christendom). 

Zo'n cultuurpolitiek zou gegrondvest moeten zijn op de gelijkwaardigheid van alle mensen, op vrijheid (in de zin van ‘het recht om te doen wat ik behoor te doen’). En tenslotte op de deugden. De klassieke deugden wijsheid, rechtvaardigheid, gematigdheid en moed, aangevuld met de christelijke deugden geloof, hoop en liefde. De overheid zou bij dit cultuurbeleid het voortouw moeten nemen en het niet moeten overlaten aan scholen, kerken, cultuurinstellingen enzovoorts. In het spoor van C.S. Lewis legde hij de nadruk op de emotionele verankering van deze waarden. Vandaar ook zijn pleidooi voor het aanleren van het Wilhelmus.

Een Nederland en Europa dat zich goed van zijn grondslagen bewust zou zijn, zou met veel meer zelfvertrouwen en meer gastvrijheid in de wereld staan. In zijn HJ Schoo lezing haalde Buma de Franse dichter Paul Valéry aan om te benadrukken dat 'Europa' niet op een geografische maar op een geestelijke landkaart ligt: 

'Overal waar de namen van Caesar, van Gaius, van Trajanus en van Vergilius, overal waar de namen van Mozes en Paulus, overal waar de namen van Aristoteles, van Plato en van Euclides zowel betekenis als gezag hebben, daar is Europa.'

Aan de ene kant heeft Buma succes gehad. Met name zijn HJ Schoo-lezing heeft veel bijval gehad in intellectuele kring. De kiezers hebben iets van zijn anliegen herkend en hebben het CDA voor de ondergang behoed. En hij heeft het zeven jaar volgehouden als leider van het CDA.

Maar zijn gedachten hebben nauwelijks voet aan de grond gekregen binnen het CDA. Op zijn compagnon Heerma en het Amsterdamse gemeenteraadslid Diederik Boomsma na, waren er weinig mensen die probeerden dit gedachtegoed verder te ontwikkelen. De meeste CDA’ers bleven steken in voorspelbare links-rechts schema’s: ‘we moeten wat meer naar links’. De voorgestelde cultuurpolitiek – hoe verstandig ook – heeft misschien ondertussen ook te weinig dragers om succesvol te zijn. 

Zijn gebrek aan succes lag ook aan Buma zelf. Buma stelde in zijn geschriften dat een zelfbewust Europa veel grotere groepen vluchtelingen zou kunnen integreren dan een Europa dat angstig naar zelfbewuste moslims kijkt en niets beter weet dan de deur dicht te gooien. Maar als het er op aan kwam wierf hij stemmen met een scherp asielbeleid en versmalden de grondslagen van Athene en Jeruzalem zich tot ‘gezonde vaderlandsliefde’. Misschien dat de patriciër in hem zich hier overschreeuwde, in een poging ‘het volk’ te bereiken. Zijn economische politiek verschilde nauwelijks van de domme bezuinigingskoers van Rutte II. Zijn verstandige opmerkingen over het verdelen van de rekening van het klimaatbeleid werden gehoord als het tegenhouden van klimaatbeleid, zonder dat hij daar al te hard tegen protesteerde. 

Ik hoop nog steeds op een CDA dat zich bewust is van de Europese traditie en die ook wil uitdragen. Maar het zou veel spannender en vruchtbaarder zijn om dit te verbinden met een actieve Rijnlandse politiek: behoud van de verzorgingsstaat en grotere wettelijke bescherming van werknemers. Actief klimaatbeleid dat geen inkomensongelijkheid oplevert en een Europa dat het gezicht naar de wereld gekeerd heeft.

C.wessel Volzin

Toerisme in Amsterdam

Het toerisme in Amsterdam brengt overlast met zich mee. Deels in de categorie klein leed. Een beperkt aantal straten, grachten en pleinen is zo vol dat het vanzelf een voetgangersgebied geworden is. En niet iedere toerist is meteen een volleerd wielrijder. Maar de echte overlast komt niet van het aantal mensen op straat, maar van hun gedrag.

Amsterdam is vanaf de jaren zestig internationaal bekend geworden als een stad van drugs en prostitutie. De openbare (semi-)legale vorm die in Amsterdam is ontwikkeld (prostitutieramen en coffeeshops) hebben hen tot een makkelijk toegankelijke toeristische attractie gemaakt. Hier komen duizenden op af.

Deze vorm van toerisme drukt Amsterdam op de vraag wat voor stad het wil zijn. Wil het een stad zijn van prostitutie, bachelorparties en drugs, dan trekt het een bepaald soort toeristen en een bepaald soort ongewenst gedrag van toeristen. Als je dat niet wil, moet je vergaande maatregelen nemen. Het beste is om de prostitutieramen en de coffeeshops te sluiten. Daarmee los je niet alle problemen rond prostitutie en drugsgebruik op, maar het zijn zo geen toegankelijke attracties meer. 

Bestuurders en bewoners van Amsterdam zullen een omslag moeten maken in hun mentaliteit. Te lichtvaardig en te romantisch werd en wordt er gedacht over de schadelijkheid van drugs en prostitutie en de daarmee verbonden zware criminaliteit. Een romantisch en naïef beeld van ‘vrijheid’ zit veel goed bestuur in de weg.  

Wie kijkt naar de historische binnenstad raakt weliswaar onder de indruk van de koopmanswoningen die, aaneengeregen langs de grachten, burgerlijke vrijheid en onafhankelijkheid uitstralen. Maar het waren altijd de publieke gebouwen (stadhuis, kerken, weeshuizen, kazernes en poorten) die de stad domineerden en in hun greep hadden. 

Vrijheid eist een krachtig bestuur. Het stadsbestuur moet bevoegdheden hebben voor meer grip op de stad. Toeristische verhuur van woonhuizen en een te eenzijdig winkel- en horeca-aanbod kan zo ook beter worden gereguleerd. Ook binnen de bestaande regels is voldoende mogelijk. Het verbijsterende rapport van stadsombudsman Arre Zuurmond over de misstanden op de wallen, laat zien dat er een groot gebrek aan handhaving en aan samenwerking tussen handhavers bestaat. 

Voor een ander soort toerisme en voor een betere stad zal Amsterdam zal zich nog meer als een stad van cultuur, handel en wetenschap moeten profileren. En ook als een stad van godsdienst. Laat het gemeentebestuur ook die kansen grijpen. 

Coen Wessel

Commentaar In de Waagschaal april 2019