 |


 |
|
 |
 |
 |
 |
|
 |
 |
De opbouw van de verzorgingsstaat had een rechtstreekse invloed op de levensovertuiging van vele Nederlanders. De verzorgingsstaat spreidde niet alleen de welvaart onder de gehele bevolking maar verspreidde ook de idealen van de bovenlaag van de bevolking in de gehele samenleving. De lagere klassen oriënteerden zich voortaan niet meer op de hemel of op een ver socialistisch paradijs, maar op bezit, genot en maatschappelijk succes. Voor hulp en steun in het leven hoefde men niet meer bij God of kerk aan te kloppen. Een gezond leven zonder armoede werd gegarandeerd door de ziektekostenverzekering en de sociale dienst. In het paradijs kwam je voortaan niet meer na je dood, maar al als je met de VUT ging openden zich jaren van paradijselijk niets doen.
In onze tijd wordt de verzorgingsstaat stapje voor stapje afgebroken. WW en uitkeringen worden beperkt en mensen uit de onderste laag van de bevolking moeten binnenkort levenslang werken. Het vrije verkeer van arbeid in Europa zorgt in sommige sectoren voor grotere concurrentie op de arbeidsmarkt. Voor vele Nederlanders zal er minder inkomen zijn. Dat is vervelend, maar ook weer niet heel erg. Ook de komende jaren kennen we in Nederland een ongekende welvaart, ook voor de onderste lagen van de bevolking. Veel ingrijpender zullen de levensbeschouwelijke gevolgen zijn van de afbouw van de verzorgingsstaat. De levensbeschouwelijke oriëntatie op aards bezit en zekerheid loopt voor een toenemend aantal mensen dood: ze zullen het nooit krijgen. Eerst raakten ze de hemel kwijt en nu ook de aarde. Dat gaat veel verbittering opleveren. Op dit moment uit die verbittering zich nog redelijk productief in een politiek protest tegen de manier waarop ons land geleid wordt, bijvoorbeeld door een stem op de SP of de PVV. Maar het is niet ondenkbaar dat mensen zich boos afwenden van de samenleving. Het is een taak van de kerk om deze verbittering te zien en te horen. Je hoeft er niet in mee gaan, maar je moet je niet aansluiten bij de makkelijke verontwaardiging over de SP of de PVV. De kerk moet ook enig begrip hebben voor fundamentalistische tendensen bij moslims en christelijke immigranten. Niet om hen heel romantisch ‘hun eigen cultuur’ te laten behouden maar omdat we snappen dat ze doodongelukkig zullen worden als ze de dominante, op bezit en succes gerichte cultuur overnemen. De belangrijkste opgave voor de kerk is om een andere levensweg te wijzen. Dat is een weg waar niet bezit, genot en succes de levensdoelen zijn maar vorming, verheffing, dankbaarheid en liefde. Wil die andere weg vorm krijgen, dan moet die scherper gewezen worden en beter doordacht worden. Dat vraagt om prioriteiten. Laat de kerk zich concentreren op het vorm geven van die andere levensweg. Dat kan een hoop verbittering gaan schelen.
|
 |
 |
 |
 |
|
 |
 |

 |
|
 |
 |
 |
 |
|
 |
 |
 In een woning aan de Veensluis in Heerenveen is een tentoonstelling te zien van zo’n twintig schilderijen van de impressioniste Anna Joustra (1876 -1962). Ooit woonde Anna Joustra er zelf. De nieuwe bewoners die een paar jaar geleden in dit huis trokken, hoorden de verhalen over de excentrieke schilderes. In samenwerking met het Heerenveense museum van Haren organiseerden ze een tentoonstelling. De openingstijden zijn tamelijk overzichtelijk: alleen op zondagmiddag van 14.00 tot 16.00 uur, kortom een mooi uitje voor de afgelopen zondagmiddag. Als je het huis binnenstapt plof je in een korte tijd midden in het leven van een vrouw van de eerste generatie zelfstandige  vrouwen, de generatie van Aletta Jacobs. Met geld van familieleden kon ze in Parijs studeren aan een schildersacademie. Ze ontwikkelde er een impressionistische stijl. In mijn familie van moederszijde gingen de vrouwen ook mee met de eerste feministische golf. Mijn grootmoeder (1903-1995) en haar zussen konden studeren, de moeder van mijn grootvader (1866-1951) vertelde mijn moeder verhalen over haar tijd op de Zwitserse kostschool en hoe ze daar stiekem sigaretten rookten. Anna Joustra heeft nooit erkenning gekregen. Ze deed er ook niet heel veel moeite voor. Ze verkocht nooit iets, maar gaf haar schilderijen weg. Misschien was dit wel de eerste tentoonstelling van haar werk. Toch heeft haar werk kwaliteit, voorzover ik dat kan beoordelen.  Dit portret links vind ik een bijzonder mooi portret. Het is uit een wat latere periode in haar leven, uit 1938. Ik kan me voorstellen dat het goed gelijkend is, in ieder geval is het een duidelijk portret. Wat het portret bijzonder maakt is de weerstand van het meisje die je voelt. Ze heeft een harde, naar binnen gekeerde blik. Haar hele gezicht zegt: ‘wegwezen’. Als de impressioniste, die ze was, moet ze de stemming van het meisje gevoeld hebben. Misschien te meer, omdat ze zelf ook zo in elkaar zat. De gastvrouw aan de Veensluis vertelde dat ze verhalen te horen gekrege  n had over de onaangepastheid van de schilderes. In het huis in Heerenveen hield Anna Joustra altijd een kamertje aan. Als ze thuiskwam uit Parijs sloop ze daar naar toe, zonder iemand te groeten. De kinderen hoorden dan wat gestommel en vonden haar dan in haar lege kamer, slapend op twee stoelen onder haar bontmantel. Anna Joustra had een familielid die haar regelmatig bezocht in Parijs. Maar op latere leeftijd heeft hij nooit meer naar haar omgezien. Anna Joustra moest in 1950 in het armenhuis van Heerenveen worden opgenomen. Ze heeft er nog geprobeerd te schilderen, maar dat lukte niet. Haar familielid woonde een paar honderd meter verderop in een groot huis. In 1962 overleed ze. Bijzonderheden over de expositie zijn hier te vinden. Tags: anna joustra, heerenveen, impressionisme
|
 |
 |
 |
 |
|
 |
 |

 |
|
 |
 |
 |
 |
|
 |
 |
 Een paar weken geleden belde ik aan bij een openbare basisschool om een poster voor het koor van mijn dochter af te leveren. Ik stelde me voor en toen de leraar wat aarzelde om het affiche aan te nemen, liet ik vallen dat ik predikant was. Tien jaar geleden was dat voldoende geweest om de deur open te doen zwaaien: ‘een dominee, dan zit het wel goed’. Maar nu reageerde de leraar pas echt geschrokken: ‘het is toch geen christelijk koor?’. Zo ondervond ik de uitslag van een recente enquête aan den lijve: slechts 35% van de bevolking heeft vertrouwen in de kerk. Daarmee scoort de kerk het slechtste van alle instituties. Wie slecht beoordeeld wordt, doet er doorgaans goed aan de fout bij zichzelf te zoeken. ‘We moeten nog authentieker kerk zijn’, ‘we moeten nog meer opkomen voor gerechtigheid’ heb ik gehoord als reactie op de enquête. Maar het gebrek aan vertrouwen in de kerk heeft niet in de eerste plaats te maken met de daden van de kerk. Het heeft veel meer te maken met de groeiende antigodsdienstige stemming in de samenleving. Wie de discussies in de media en op internetfora volgde over het ritueel slachten en de weigerambtenaar kon zien hoe ontzettend fel en massaal er tegen de godsdienst geageerd wordt. Al in de 19e eeuw wordt het christendom als een vorm van ‘Hebreeuws’ denken gekarakteriseerd, dat eigenlijk vreemd is aan Europa. Heden ten dage wordt het christendom door grote groepen als een fremdkörper in het eigen leven en in de samenleving ervaren. En dus als bedreigend. Hoe bedreigd mensen zich kunnen voelen door het christendom ontdekte ik toen mijn dochter terugkwam van een schoolreisje naar Parijs. Naast een bezoek aan Euro Disney had een bezoek aan de Sacré Coeur op het programma gestaan. Ze vertelde dat veel van haar buitenkerkelijke klasgenootjes de Sacré Coeur maar een enge plek hadden gevonden. Ze waren bang geweest dat een Jezus-geest hen daar aan zou vliegen. Vroeger spookte het in ruïnes van Romeinse tempels. Met de komst van het christendom waren de Romeinse goden weliswaar verdwenen, maar op de gedenkplaatsen van hun vroegere bestaan waarden ze nog rond.  Geesten en spoken waren ook zichtbaar op de randen van de cultuur. Als een weg tussen twee dorpen het gecultiveerde akkerland verliet, kwamen witte wieven, kabouters en kobolden te voorschijn. Waar de door de cultuur geordende omgeving ontbreekt, vallen ook de pijlers onder de innerlijke orde van de reiziger weg. Dat levert grote angsten op en hij ziet spoken. Blijkbaar zijn kerken voor deze jongeren plaatsen die buiten hun culturele orde valt. Als zodanig zijn ze bedreigend. Want stel dat een Jezus-geest je daar aanvliegt. Dan stort je eigen innerlijke orde in elkaar. Dat moet met alle geweld voorkomen worden. Tags: Sacré Coeur, christelijke identiteit, pkn, secularisatie
|
 |
 |
 |
 |
|
 |
 |

 |
|
 |
 |
 |
 |
|
 |
 |
 Het is een zaterdag in de zomer van 1966. Ik ben vijf jaar oud. Op het pleintje, niet ver van ons huis in een middenstandsbuurt in Voorburg verzamelt zich een groepje mensen. Ze beginnen liedjes over Jezus te zingen. Een man met een wat ongelukkig gezicht neemt het woord. ‘U zult het wel vreemd vinden dat wij hier op straat over Jezus vertellen en niet in een kerk’, begint hij. Ik vind het niet vreemd en ik begrijp ook niet waarom het vreemd zou zijn. Waarom zou je alleen in een kerk over Jezus vertellen? Het groepje mensen dat blijft staan vindt het ook niet vreemd. Ik sta vooraan en geniet. Ik geniet van de liedjes over Jezus, waar ik mee meezing, van de vrolijkheid in de straat en ook van één van de meisjes die staat te zingen. Zij is minstens tien jaar ouder dan ik, maar ik word helemaal verliefd op haar. Ze woont aan het pleintje en in de week er na praat ik af en toe met haar. Mijn liefde moet overduidelijk zijn geweest. Zij heeft iets schichtigs als ik met haar praat, alsof ze een geheim heeft of zich erg schaamt. Ze vertelt dat zij op een volgende zaterdag een paar kilometer verderop zullen zingen. Ik besluit om daar op mijn step naar toe te gaan. Weliswaar moet ik daarvoor een zeer drukke straat oversteken, maar dat heb ik er wel voor over. Ze zingen weer dezelfde liedjes, maar dit keer blijven er veel minder mensen staan. Het is ook niet het beschutte pleintje bij ons thuis, maar een grote stoep langs een straat met veel auto’s en trams. Het waait er hard en de stemmen vervliegen in de wind. Ben ik de zaterdag daarop hen nog verder gaan zoeken? Ik heb een herinnering dat ik nog veel verder op mijn step Voorburg in gegaan ben, maar niemand heb kunnen vinden en tenslotte maar weer naar huis ben gegaan. Maar misschien haal ik ook herinneringen door elkaar. Ook van de rest van mijn verliefdheid herinner ik me niet veel. De zomer erop verhuisden we. Elk jaar vertel ik aan zo’n tachtig kinderen uit de buurt op het plein bij de openbare school het verhaal van Sint Maarten die zijn mantel deelt. Dit jaar vertel ik ook het tweede deel van het verhaal, dat Sint Maarten ‘s nachts een droom krijgt en daarin Jezus ziet, gekleed in een deel van zijn mantel. De kinderen vinden alles prachtig, de stagiaires van de opleiding voor crècheleidster die meewerken mimen de verschijning van Jezus zonder enige gene, maar ik schaam me en moet veel moeite doen om het verhaal helemaal en  vol vuur te vertellen. Buiten de beschutting van kerk of huiskamer over Christus spreken is moeilijk. Je weet dat er weinig bij je publiek zal resoneren van de woorden die voor jou belangrijk zijn. Je kunt alleen jezelf en je eigen liefde laten zien. Dat is eng en schaamtevol. Tags: evangelisatie, sint maarten
|
 |
 |
 |
 |
|
 |
 |


 |
|
 |
 |
 |
 |
|
 |
 |
 Reclamefilmpjes tonen de man van deze tijd: een leuke, wat sullige vent, die zich als een groot kind gedraagt. De filmpjes laten perfect zien wat vrouwen tussen de 25 en de 40 - de belangrijkste doelgroep voor reclamemakers - als een groot probleem ervaren. De man die geen verantwoordelijkheden neemt. Hij wil zich niet binden aan één vrouw, hij wil geen kinderen en als het er op aan komt kiest hij voor plezier maken met zijn vrienden. Zo’n man kan je niet helemaal serieus nemen. ‘Mannen zijn nu eenmaal zo’ wordt daar schouderophalend over gezegd, ‘het zit in hun biologie’ maar ik denk dat dit gedrag maar voor een deel sexegebonden is. Dit onverantwoordelijke mannengedrag weerspiegelt vooral het ideaal van de spelende en genietende mens, die zich lichtvoetig op het hier en nu richt. Dat is een romantisch ideaal van menszijn dat sinds de jaren zestig wijdverbreid is in onze samenleving. De crisis van de moderne man is vooral de crisis van de moderne mens. De problemen met jongens in het onderwijs komen voor een deel voort uit conflicten tussen dit moderne mensbeeld en de doelen en waarden die belangrijk zijn in het onderwijs. In het onderwijs gaat het om langetermijn doelen, die door discipline en jarenlange inspanningen verkregen worden. Het onderwijs komt voort uit antieke, christelijke en neo-humanistische tradities waarbij een mens leert zich te ontwikkelen en verantwoordelijkheden te nemen voor zijn eigen toekomst en de toekomst van de samenleving. Maar wij zijn terecht gekomen in een samenleving die deze manier van in het leven staan niet meer ondersteunt. Middelbare scholieren komen daardoor in een spanning terecht tussen de langetermijnwaarden van het onderwijs en de kortetermijnwaarden die in de samenleving dominant zijn - in de jeugdcultuur zelfs zeer dominant. Dat leidt onder middelbare scholieren tot een verzet tegen de school, die zo anders is dan de vlotte samenleving daarbuiten. Jongens zijn daarin misschien wat heftiger, radicaler en ‘meer bij de tijd’ dan meisjes, maar het lijkt me een kwestie van tijd dat ook de meiden mee gaan doen. Daarnaast voelen scholieren scherp aan dat het maatschappelijke belang van het onderwijs verminderd is. Een unique selling point van het onderwijs was altijd dat het kennis bij bracht. Maar de leidingen van grote organisaties zitten vooral verlegen om flexibele mensen, die zich makkelijk nieuwe taken eigen maken, goed kunnen samen werken en geen ruzie maken. Vandaar dat er druk ligt op het onderwijs om minder te doen aan kennis en meer aan vaardigheden. Maar ‘vaardigheden’, ‘attitudes’ en ‘samenwerken’ kan je ook leren in je bijbaantje of tijdens een zeiltocht rond de wereld. Waarom zou je hiervoor je best doen op school? Het onderwijs herbergt de grootste culturele schat die het westen bezit, doordat ze leerlingen leert om verantwoordelijkheden te nemen voor de lange termijn en de gehele samenleving. Maar het is de vraag of het onderwijs de ontwikkelingen in de cultuur en in de organisatie van overheid en bedrijfsleven overleeft. Aparte jongensklassen zullen in ieder geval niet helpen. Tags: bohemien, homo ludens, onderwijs
|
 |
 |
 |
 |
|
 |
 |

 |
|
 |
 |
 |
 |
|
 |
 |
De Nederlandse regering heeft er nog steeds niet mee ingestemd om mee te doen met bombardementen op het Libische regeringsleger. Dat lijkt me heel verstandig. Waarschijnlijk waren de eerste bombardementen nog wel gerechtvaardigd omdat ze een bloedbad in Benghazi voorkwamen. Maar met de openlijke training en bewapening van de rebellen doen de Engelsen en Fransen actief mee aan een burgeroorlog. Als Nederland mee zou doen, zou het niet alleen het VN-mandaat overschrijden. Het zou onherroepelijk betrokken raken bij een nieuw oeverloos project van nation-building vanuit de loop van het geweer.  Sinds het verlies van Indië stonden internationale samenwerking, ontwikkelingshulp en later ook militaire interventie in dienst van een geseculariseerd-christelijke toekomstverwachting. Met onze hulp zouden landen in de Derde Wereld zich ontwikkelen. In plaats van een wereld die verdeeld was in arm en rijk zou er één ontwikkelde en democratische wereld ontstaan. Aldus zou er een geseculariseerde versie van het koninkrijk Gods komen.
De opkomst van de radicale Islam heeft de onhoudbaarheid van dit geseculariseerd-christelijke toekomstbeeld aan het licht gebracht. De radicale Islam liet zien dat er groepen zijn die op geen enkele manier willen meedoen aan dit project en vijandig staan tegen de hele Westerse cultuur. Dat had ook iets verhelderends. Het gaf zicht op een gordel van staten van Pakistan tot in Midden-Afrika die er niet in slagen tot goed bestuur te komen. In Nederland kwam een nieuwe trots op de eigen cultuur en de eigen instellingen die er wel in slagen voor recht en welvaart te zorgen. In dit nieuwe nationalisme zit iets dubbelzinnigs. De trots op de eigen instituties en de eigen maatschappelijke en culturele prestaties is terecht. Het is een verzet tegen cultureel relativisme en 'alle naties streven naar het goede'-fantasieën die handenvol geld kosten. Anderzijds is nationalisme leeg, zonder toekomst, gevaarlijk en onbarmhartig. Het veroorzaakte in de twintigste eeuw al twee wereldoorlogen. Het is daarom zaak om betrokken te zijn bij de wereld rond Europa, maar wel op een andere manier. Niet door militaire interventies en vanuit Europa bepaalde ontwikkelingsprogramma’s in andere landen. Wel door uit te gaan van de culturele, wetenschappelijke, godsdienstige en economische kracht van Europa. Toon de kracht van Europa op deze gebieden, investeer daarin en maak dat tot uitgangspunt van een omvattende internationale politiek. Knoop actief culturele, economische en wetenschappelijke betrekkingen aan met de wegzinkende landen rond Europa. Investeer in de eigen wetenschap en cultuur. Overdenk de waarde en de kracht van de christelijke en antieke wortels van Europa. Gooi de universiteiten open voor talentvolle studenten uit deze landen en doordring hun hoofden en harten.
Een cultureel, wetenschappelijk en godsdienstig bloeiend en zelfbewust Europa, dat op allerlei manieren vreedzaam de hand uitsteekt naar intellectuelen en ondernemers in de falende staten, kan op den duur bergen verzetten. Op deze manier combineren we betrokkenheid bij anderen met het bewustzijn dat wij nooit het paradijs op aarde zullen vestigen. Tags: Libië, europa
|
 |
 |
 |
 |
|
 |
 |



 |
|
 |
 |
 |
 |
|
 |
 |
Voor de Partij voor de Dieren is het verdoven van dieren de enige humane omgang met dieren die geslacht gaan worden. Door dieren te verdoven probeer je hen net als mensen leed te besparen. Maar het verschil met mensen is dat dieren niet van ouderdom sterven. Ze sterven als voedsel voor ons. Ze sterven opdat wij leven, of net iets aangenamer leven. Door het slachten van een dier overschrijd je de grens van dood en leven. Dat is een bijzondere en kwetsbare grens. In een humane samenleving moet die grens zorgvuldig bewaakt worden. In de Joodse en Islamitische wijze van slachten zijn er dan ook allerlei voorbereidingen en zorgvuldige handelingen voor het slachten. Het doel daarvan is de grens tussen dood en leven te markeren en te bewaken, juist op het moment dat deze overschreden wordt. De Joodse wijze van slachten heeft daarbij ook een bijzondere omgang met bloed. Bloed is - naar Oudtestamentische voorstelling - de zetel van het leven en mag daarom niet door een mens gegeten worden. Jacob Milgrom, die veel onderzoek heeft gedaan naar offer-teksten uit de bijbel, concludeert daaruit: ‘Mensen hebben recht op voedsel, niet op het leven van anderen. Daarom moet het bloed, het symbool van leven, worden uitgelekt op de aarde en zo worden teruggegeven aan het universum, aan God.’ Het leven van een dier behoort niet onbegrensd aan mensen toe, het is van God, de Schepper. De Joodse rituele slacht is volgens Milgrom op deze gedachten en praktijken gebaseerd. Als een dier niet ritueel geslacht wordt, wordt het eerst verdoofd. Daarbij kan je de vraag stellen: wie wordt er nu precies verdoofd, het dier of de mens? Het verdoven van het dier staat namelijk in een context van het onzichtbaar maken van het doden van het dier. Het dier wordt in een afgesloten slachthuis geslacht en verwerkt. De meeste mensen zien alleen koeien in de wei grazen en biefstuk op hun bord. Dat die koe daarvoor gedood is blijft buiten beeld. Ritueel slachten is geen archaïsch relict van inhumane godsdiensten. Bij ritueel slachten blijft bewaard dat het doden van een dier een onherroepelijke grensoverschrijding is. Dat is ook een humanisering, alleen op een andere manier dan door verdoving. Ritueel slachten houdt vast dat elke keer dat er een dier gedood wordt, er ook echt gedood wordt en dat dat alleen onder speciale voorwaarden mag. Het belang daarvan gaat verder dan alleen de omgang met dieren. Het is een teken dat je geen enkel leven, ook een mensenleven niet, zomaar mag doden. Tags: verhouding mens-dier
|
 |
 |
 |
 |
|
 |
 |


 |
|
 |
 |
 |
 |
|
 |
 |
Negen predikanten uit de Protestantse kerk richtten zich deze week in een brief tot hun collega’s. De taal van de brief is wollig. Er wordt weinig duidelijk benoemd. Maar het beeld dat uit de brief naar voren komt is dat de predikanten hun collega’s oproepen om in de maatschappelijke discussie rond PVV-achtige thema’s actief op te treden, waarbij ze moeten oppassen niet zelf de maatschappelijke polarisatie te vergroten. Die laatste toevoeging is belangrijk voor de briefschrijvers. Zij willen niet aan PVV-bashen doen. Ze willen verbinden. De PVV-kiezers worden in de brief als ‘bezorgd’, ‘onzeker, en ‘angstig’ gekenschetst. Voor een deel ben ik het daar mee eens. De internationalisering van onze samenleving en het machtsverlies van het Westen roepen angsten op over de toekomst van Nederland. Nederland als een vertrouwd nationaal huis lijkt te verdwijnen. Maar deze angsten zijn niet beperkt tot de PVV-kiezers. Die angsten heb ik zelf ook. Het zijn reële angsten: hoe zorgen we voor maatschappelijke samenhang in Nederland terwijl die samenhang onder druk staat door ontkerstening, internationalisering en soms ook door immigratie. Door alleen de PVV-kiezers ‘onzeker’ en ‘angstig’ te noemen, benoem je hen tot een soort irrationele patiënten, die vooral veel aandacht en zorg nodig hebben. Je ziet jezelf dan als de geneesheer die wel rationeel te werk gaat of als de morele gids die verdoolden de weg kan wijzen. PVV-kiezers moet je op een volwassen manier tegemoet treden. Zij hebben een aantal uitgesproken opvattingen: ze hebben moeite met de Islam, ze willen Nederland als nationale gemeenschap behouden evenals de verzorgingsstaat en ze zijn voor strenge straffen. Deze opvattingen kregen in de jaren tachtig en negentig geen stem in het publieke debat. Maar de afgelopen jaren zijn de PVV-kiezers trendsettend geweest. Volgens het jongste rapport van het Sociaal Cultureel Planbureau is het merendeel van de Nederlanders gehecht aan de verzorgingsstaat, aan de vrijheid en aan Nederland als een nationaal huis. Predikanten kunnen verbinden, stellen de briefschrijvers. Ze kunnen partijen bij elkaar brengen of in ieder geval in gesprek. Dat lijkt me een belangrijke bijdrage van predikanten in en buiten de kerk. Maar je staat niet boven de partijen. Je brengt ook jezelf in: je eigen meningen, geloofsovertuigingen, angsten en cultuuranalyses. Als één van de stemmen ben je geloofwaardig. (gepubliceerd in het Friesch Dagblad van 16 maart 2011) Tags: pkn, protestantse kerk, wilders
|
 |
 |
 |
 |
|
 |
 |

 |
|
 |
 |
 |
 |
|
 |
 |
Onderzoeksbureau Motivaction heeft nagegaan hoe de Protestantse kerk scoort in de verschillende mentality-milieu’s die dit bureau onderscheidt. De uitkomst is dat Protestantse kerk het relatief goed doet bij de ‘traditionele burgerij’ (kenmerken: traditioneel, hoog kerkbezoek, 16% van de bevolking) en de ‘postmaterialisten’ (maatschappijkritisch, 10% van de bevolking). De kerk is daarentegen sterk ondervertegenwoordigd bij de vlotte jongen  s en meisjes van de ‘opwaarts mobielen’ en de wat meer traditionele ‘moderne burgerij’ (beide: carriëre gericht, voorliefde voor moderne technologie, samen 35% van de bevolking). Ook de ‘kosmopolieten’ (10%) en de ‘postmoderne hedonisten’ (11%) ontbreken. Al deze groepen hebben behoefte aan een vorm van authenticiteit en diepgang die het christelijk geloof hun zou kunnen bieden. Ze herkennen zich echter niet in de nadruk van de Protestantse kerk op gemeenschap en op de kerkelijke organisatie. Ze zijn gericht op beelden en vormgeving en de protestantse woordcultuur is hun vreemd. Niet een hiernamaals of een indianenstam in Zuid Amerika interesseert hen, maar de vragen van hun eigen dagelijkse leven. Het is interessant om met deze onderzoeksgegevens in de hand naar de  kerkpolitieke woelingen van het jongste verleden te kijken. De afgelopen decennia zijn de ‘traditionele burgerij’ en de ‘postmaterialisten’ vooral aan het woord geweest in de kerk. Beide hebben zich voortdurend tegen elkaar afgezet en niet gemerkt dat alle anderen in dit strijdgewoel niet aan bod kwamen. De doorbraak van de beeldcultuur en de voortzetting van de individualisering gingen aan hen beide voorbij. Het onderzoek laat ook zien dat de ruk naar rechts die de kerk de afgelopen jaren doormaakte, op zich niet de oplossing is. Die is heilzaam geweest in het afbreken van de jarenlange progressieve dominantie en daarmee is er ruimte gekomen. Maar alle groeperingen, links en rechts in de kerk, staan voor dezelfde vraag: en wat nu?   Over de precieze groepsindelingen, de percentages en tal van andere methodologische aspecten van dit onderzoek valt te steggelen. Maar het onderzoek geeft wel een globale indruk van de geweldige veranderingen die er zijn opgetreden in onze samenleving. Slagwoorden van deze verandering zijn: individualisering, netwerksamenleving en beeldcultuur. Een grote groep in onze samenleving leeft niet vanuit grote geloofswoorden of overtuigingen, maar slaat zich vanuit indrukken, gevoelens, intuïties en common sense pragmatisch door het leven. Zij hebben behoefte aan lossere vormen van gemeenschap en aan meer aandacht voor het geloofsleven op individueel niveau. Meer aandacht ook voor beeld, esthetiek en de internetrevolutie. Of voor de vragen uit het ‘gewone leven’: liefde, opvoeding, carriëredilemma’s. Het biedt een programma dat bestaande links-rechts tegenstellingen in de kerk overstijgt en een hoop creativiteit en energie los kan maken. Tags: motivaction, pkn, romantiek
|
 |
 |
 |
 |
|
 |
 |

 |
|
 |
 |
 |
 |
|
 |
 |
Vraag 27: De club lijkt klaar voor 'n picknick, maar wie mocht niet op de foto? En waarom?Half december startte Hans Havinga een quiz op Twitter over de Gereformeerde Kerk Vrijgemaakt. Elke avond om 21.00 uur twitterde hij een vraag, die je tot middernacht kon beantwoorden. Vanaf de eerste dag heb ik samen met mijn vrouw Berthe van Soest meegedaan. Elke avond kropen we achter onze computers en probeerden we antwoorden te vinden. I n welk jaar schafte de laatste GKV-school het verbod op het dragen van een broek voor meisjes af? Gomarus College Groningen 1981. Met welke activiteiten houden de GTCC-leden zich bezig? Het betreft hier de Gereformeerde Tour- en Caravanclub, met als clubblad ‘de Trekhaak’. Wat was het officieel kerkelijke standpunt van de GKV inzake de kernwapenwedloop in de 80-er jaren? Dat standpunt bleek onvindbaar en dat klopte ook: dat standpunt was er niet.  De meeste antwoorden vonden we door goed te zoeken op het internet. Eén keer heb ik om 22.00 uur nog een Vrijgemaakte collega benaderd. Nu de quiz na een maand is afgelopen heb ik een heel aardig beeld van de GKV-wereld gekregen. Die wereld was mij vreemd. Ik zelf kom uit een vrijzinnig Hervormd gezin uit de Randstad. Toch zie je de charme van de GKV: al die pogingen om dapper een kerkje overeind te houden, consequent te zijn en verantwoorde gezelligheid te bedrijven. Het is zelfs meer dan charmant. Het is ook een oprechte poging om het Evangelie het leven van jezelf en van je gemeenschap te laten bepalen en niet de modes en denkrichtingen van het moment. De laatste jaren is de GKV hard op weg om een ‘gewone’ Protestantse kerk te worden en dat lijkt me heerlijk voor ze. Geen eindeloze classisvergaderingen meer over welke gezangen uit het Liedboek voor de Kerken je wel en niet mag zingen. Geen oprispingen meer van eigen gelijk en afscheidingsdrift. De foto bovenaan dit artikel herinnert aan één van de pijnlijkste episodes uit de geschiedenis van de GKV: de breuk binnen het kerkgenootschap in 1967. Toch zegt het mislukken van de vrijgemaakte kerk ook veel over de christelijke machteloosheid ten opzichte van de ontwikkelingen in de cultuur. De Vrijgemaakten probeerden vanuit hun eigen geloofsovertuigingen hun leven en hun eigen gemeenschap vorm te geven. Sociale dwang en harde botsingen hoorden daarbij. Ik probeer mijn eigen leven door het evangelie te laten bepalen, maar in mijn kerk is het lastig een gemeenschap te vormen met alle vele meningen en levenswijzes die er zijn. En daarom doen we meestal wat iedereen al doet en zijn we onzichtbaar.
|
 |
 |
 |
 |
|
 |
 |




|
 |
|
 |